CITATEN



Hierbij een lang citaat uit een onlangs vertaalde toespraak van Spurgeon. Ons is niet een betere uitleg van het geestelijke karakter van Avondmaal en Doop bekend. Daarom laten we het hier in z’n geheel volgen. Vert.

Om te beginnen met het grootste wangedrocht van dit soort in de huidige tijd, de echte en lichamelijke aanwezigheid van de Here Jezus Christus in wat heel bijgelovig het Gezegende Sacrament wordt genoemd. Ik zou hier nauwelijks melding van maken, als dit alleen de leer was van de kerk van Rome, maar wanneer ik de kranten lees en andere uitgaven van de partij van de High Church (de naar de Rooms-katholieke kerk overhellende richting van de Anglicaanse kerk), dan ontdek ik dat de transsubstantiatie met haar volledige absurditeit uitvoerig wordt gepreekt en geloofd in de Kerk van Engeland, en dat er honderden geestelijken zijn die over de tafel des Heren spreken als een altaar en over het Avondmaal als de viering van een offer, terwijl over de symbolen wordt gesproken alsof ze vereerd moesten worden als de Here Zelf. Het wordt vastgesteld als een leerstuk dat elke keer als het brood door deze priesters wordt gebroken, het werkelijke lichaam van Jezus Christus feitelijk wordt ontvangen door de deelnemende personen. Dit is monsterachtig absurd; me dunkt dat ieder verstandig mens dit weet, maar er is gezegd dat hoe absurder het is, hoe meer ruimte er is voor geloof en vandaar dat sommigen zelfs dankbaar zijn geweest dat de absurditeit ervan bewezen is, want toen hebben ze betoogd: “Het zal des te verdienstelijker voor ons zijn om het te geloven.” Tot zulke mensen zouden we in ’t kort willen zeggen dat, als het lichaam van Jezus Christus werkelijk in uw mond wordt ontvangen, gebroken met uw tanden, en uw maag is binnengaan, u dan, omdat u menselijk vlees eet, in de eerste plaats schuldig bent aan een grove daad van kannibalisme en niets beters; en vervolgens, u kunt er geen enkele deugd aan ontlenen, want Jezus Christus zegt u meteen: “Het is de geest die levend maakt, het vlees doet geen nut.” Als u werkelijk het echte lichaam van Christus at, zou het uw spijsverterings- en uitscheidingsorganen beïnvloeden en daardoor uw lichaam, net als ander gewoon brood dat zou doen, of als u dat liever hebt, net zo als ander vlees dat zou doen; maar hoe zal dit uw hart en ziel kunnen beïnvloeden? Werkt de genade door de maag en redt het ons door onze ingewanden? Bewijs dit en u zult bekeerlingen van ons maken. Maar ontvangen mensen niet het lichaam en het bloed van Christus in het Avondmaal des Heren? Ja, geestelijke mensen doen dat in een echte en geestelijke betekenis, maar niet op een vleselijke manier; niet om het fijn te malen met hun tanden of te proeven met hun gehemelte, of te verteren door de maagsappen, maar zij ontvangen de Here Jezus als vleesgeworden en gekruisigd in hun geest, aangezien zij in Hem geloven, Hem liefhebben en getroost worden door aan Hem te denken. “Maar hoe is zoiets een echt ontvangen van Hem?” roept iemand uit. Helaas, deze vraag openbaart meteen de denkwijze van de wereld; u denkt dat alleen het vleselijke echt is en dat het geestelijke onecht is. Als u kunt aanraken en proeven, dan denkt u dat het echt is, maar als u er slechts over kunt mediteren en liefhebben, dan droomt u dat het onecht is. Hoe onmogelijk is het voor het vleselijke verstand om geestelijke dingen te begrijpen! En toch, luister nogmaals, ik ontvang het lichaam en het bloed van Christus, wanneer mijn ziel in Zijn vleeswording gelooft, wanneer mijn hart vertrouwt op de verdienste van Zijn dood, wanneer het brood en de wijn zo mijn herinnering opfrist, dat gedachten over Jezus Christus en Zijn zielenstrijd mij doen versmelten tot berouw, mij tot geloof aanmoedigen en mij reinigen van zonde. Het is niet mijn lichaam dat Jezus ontvangt, maar mijn geest; ik geloof in Hem, werp mij geheel alleen op Hem; vertrouwend op Hem ervaar ik vreugde en vrede, liefde en ijver, haat voor de zonde en liefde voor heiligheid, en zo word ik, wat betreft mijn geestelijke natuur, met Hem gevoed. Mijn geestelijke natuur voedt zich met waarheid, liefde, genade, belofte, vergeving, verbond, verzoening, aanneming; dat alles en veel meer vind ik in de persoon van de Here Jezus. In de mate waarin mijn geest contact heeft met de Here Jezus, is de inzetting van het breken van het brood levend en aanvaardbaar, omdat het geestelijke element het levend maakt, maar in de mate waarin ik alleen maar het brood en de wijn ontvang en mijn geest zich niet bezighoudt met Jezus Christus, in die mate doet het mij geen nut; het is slechts een uiterlijke ceremonie en niets meer. Het brood is alleen maar brood, de wijn is slechts wijn, het eten is eenvoudig het eten van brood en meer niet; de hele uiterlijke ceremonie is wat het lijkt te zijn en geen jota meer, maar de ongeziene gemeenschap van harten met Jezus, dat is het levendmakende element en dat alleen.

     Hetzelfde principe is van toepassing in het geval van de doop. Volgens Gods Woord in Romeinen 6:4 en Colossenzen 2:12, zet de doop onze eenheid met Jezus in Zijn dood, begrafenis en opstanding uiteen. Zit er iets in het water waarin de persoon wordt ondergedompeld? Helemaal niets. Wordt er iets overgedragen door het water of in het water, iets van een geestelijke gave of genade? Op geen enkele manier, behalve voor zover het water de geestelijke natuur in de mens herinnert aan de dood van Christus, zodat zijn geest zich verheugt in de gemeenschap met Christus in Zijn dood; behalve voor zover het water voor hem overtuigend een portret schildert van de begrafenis van de Redder, zodat zijn geest ervaart zelf begraven te zijn voor de wereld, en behalve voor zover het opstaan uit het water de mens herinnert aan de opstanding van Jezus Christus, zodat hij in de geest opstaat vanuit een dode wereld in nieuwheid des levens, is er leven in de doop, de geest heeft het levend gemaakt; maar alleen maar het water, het vleselijke deel van de inzetting doet op zich geen nut. Het wegdoen van het vuil van het vlees is niets, maar het antwoord van een goed geweten tot God is de levenskracht van de doop. Het is alleen maar levenskrachtig in de mate waarin de geest het zelf toepast. Dit spreekt met kracht de doop van kinderen tegen. We beginnen niet over dit onderwerp vanuit liefde tot polemiek, maar de vraag heeft werkelijk met dit onderwerp te maken. Als de gedoopte persoon, een kind of volwassene, in de geest zich inleeft in de betekenis en het onderwijs van de doop, dan wordt hij werkelijk gedoopt; maar aangezien het onze vaste overtuiging is dat een baby zich helemaal niet in de geest kan inleven in het onderwerp, heeft hij alleen de nutteloze doop van het vlees ontvangen, omdat de geest, die levend maakt, afwezig was. Of u nu kind of volwassene bent, als uw vernieuwde geest deel heeft aan de vorm, dan verlevendigt die de vorm en maakt het levend; maar als u tot de doop komt zonder geestelijk leven en zonder het hebben van geestelijke emoties, dan zal het water, het vleselijke deel van de inzetting, u van geen nut zijn. Het is alleen maar voor zover uw geest hierin contact heeft met Jezus Christus, zowel in de handeling als in de latere overdenking hiervan, dat de doop op enigerlei wijze van nut voor u wordt. We nemen de twee inzettingen samen en zeggen tot u: u zult hierin precies zoveel vinden, als uw geest eruit zal halen en geen atoom meer. Alleen voor zover het symbool de gedachten en het gevoel helpt, kan het van dienst zijn; het uiterlijke is niet een klein beetje van nut, het is helemaal nutteloos. 
                                                                  
C.H. Spurgeon in "Een slag, uitgedeeld aan het Puseyisme" toespraak 76  




"Een geest van gedeeltelijke gehoorzaamheid is een geest van radicale ongehoorzaamheid."
                                                                                      
C.H. Spurgeon in "Kaleb, de man voor deze tijd" toespraak 75 




“Gelooft u dat als Jezus Christus in deze wereld kwam, Hij 90% van onze moderne godsdienst het Christendom zou noemen, dat Hij predikte? Heeft dit nog iets, al is het nog zo weinig, van Zijn eigen ijver? Velen zijn er die denken dat al het geloof wat het christendom vereist, is, ’s zondags uw beste kleren aan doen en naar uw kerk gaan met uw bijbel of gezangboek of gebedenboek, en daar netjes zitten en kijken naar de mutsen en jurken van andere mensen en dan weer naar huis gaan! Anderen denken dat het voldoende is om onopvallend naar de preek te luisteren en misschien een paar opmerkingen te maken over de toespraak, of  misschien geen opmerkingen te maken, omdat er niet genoeg in de preek zit wat als kapstok kan dienen om daar een opmerking aan op te hangen! De godsdienst van veel naamchristenen is niets meer dan dat; het is nauwelijks dat. Hebt u niet gehoord van mensen, die de Artikelen geloven en er nooit aan twijfelen, omdat zij er nooit aan denken? Zij hebben ze weggeborgen in de stalen kluis samen met hun eigendomsakten, waar zij zo zeker van zijn, dat zij er niet om geven die te lezen. Zij zijn orthodox, maar zij ervaren geen kracht in hun eigen ziel welke wordt voortgebracht door deze waarheden, geen neerslachtigheid omdat de waarheid hen overtuigt van zonde, geen opgewektheid omdat de waarheid hen hun veiligheid in Christus laat zien. Velen gaan niet verder, als ze bij een verondersteld reddend geloof zijn aangeland. Ze zijn zelf gered en dat lijkt alles te zijn waar zij om geven; hun buren in de volgende kerkbank kunnen verdoemd zijn, maar wat kan hen dat schelen? In de hele straat waar zij wonen, is er misschien nauwelijks iemand die een kerkgebouw bezoekt, maar wat hebben zij daarmee te maken? Zij behoren tot de denominatie van Kaïn en zeggen: “Ben ik mijn broeders hoeder?” Zulke mensen hebben het geloof verloochend. Het egoïsme, dat hen helemaal de baas is, is even antichristelijk als hebzucht of overspel of moord zou kunnen zijn, want de geest van het Christendom is onzelfzuchtigheid, liefde voor anderen, zorg om de zielen van anderen, een toewijding aan de groei van het Koninkrijk van de Meester. O broeders, men wordt misselijk bij de gedachte aan uw beklede stoelen, uw psalmen, uw lofzangen, uw koren, uw orgels, uw toga’s en beffen en weet ik veel wat nog meer; het wordt allemaal gemaakt om instrumenten van religieuze weelde te zijn, of zelfs van vrome verkwisting, terwijl u er veel meer behoefte aan hebt om aangespoord en aangevuurd te worden tot een heilige, blakende ijver voor de verspreiding van de waarheid zoals die is in Jezus. Men zou denken dat Christus in de wereld kwam om de mensenkinderen pijnstillers toe te dienen, of om het dons op te schudden voor alle slapers, maar in plaats daarvan kwam Hij om vuur te werpen op de aarde  - en waar Zijn echte evangelie is, is het een vuur, dat niet zal rusten en kalm zal blijven temidden van alleen maar keurige decors en series voorstellingen.”   
                                                                                                           C.H. Spurgeon in “Vuur, de behoefte van deze tijd”



Als prediken een mens kon redden, zou Judas niet verdoemd zijn. 
Als profeteren een mens kon redden, zou Bileam niet een verworpene zijn geweest. 
                                                                                             
C.H. Spurgeon in "Zij die afgewezen worden"toespraak 73 




Als wij de hele tijd tot eerlijke harten  spraken, dan zouden we een overvloed aan bekeringen zien. Maar, helaas!

Nu, als enig man of vrouw hier besloten heeft om tot Jezus te komen, laat hem dat besluit dan uitvoeren. Komt u maar! De waarachtige Heiland sluit geen enkel waarachtig mens buiten. Als u vanavond van plan bent om te bidden, bidt dan. Als uw hart het gebed meent, dan zal God het horen. O, mijn toehoorder, als u zich oprecht en vurig wilt afwenden van uw zonde, dan zal God u helpen en u in staat stellen uw zonde te overwinnen. Als u zich nu meteen wilt overgeven aan Jezus Christus - niet in woorden maar vanuit uw hart - dan zal Hij u ontvangen en u redden. Laat het geen spel zijn, geen bespotten van God; houd op te praten met een christelijke vriend om uw gevoel weg te kletsen met vrome woorden, maar kom zoals u bent.

Als privé-lid van de gemeente heb ik niet het recht om lid van een gemeente te zijn, waarvan ik de leerstukken niet aanvaard. Inderdaad, ik behoor het niet als een mogelijkheid te beschouwen, dat ik datgene zou kunnen blijven belijden, waar ik het niet langer meer mee eens ben. Als lid van de gemeente ben ik verantwoordelijk voor al datgene, wat wordt onderwezen en voor al datgene wat als gemeente door die gemeente wordt gedaan. Als ik in mijn hart protesteer en toch in eigen persoon doorga deel uit te maken van die gemeente, dan handel ik niet getrouw ten opzichte van God. In dit tijdperk hebben we een groep mensen nodig, die gezegend zijn met een dubbel deel van dat geweten, dat in de regel tentoongesteld wordt door naamchristenen, want er zijn er velen, die genoeg geweten hebben om hen ellendig en onaangenaam te maken, maar niet genoeg om hen eerlijk hun positie te laten verlaten. Ze hebben genoeg geweten om zich onplezierig te voelen, maar niet genoeg om dapper te handelen op grond van wat ze geloven. Wie wil nou een geweten hebben, dat alleen maar rustig is, als het onder de medicijnen zit?

Spelen met het geweten - alhoewel dat veel gebeurt - is voor de mens persoonlijk één van de meest dodelijke zonden, waaraan hij schuldig kan zijn.

Wees eerlijk voor uw eigen geweten, al kost het u uw eer of uw leven.

Wie het nooit leuk vindt om alleen te zijn, weet waarschijnlijk, dat wanneer hij alleen is, hij in slecht gezelschap verkeert.

De christen is duidelijk in zijn bedoelingen en als hij een echt christen is, is hij ook duidelijk in zijn plan van aanpak. Sommige mensen hebben een soort geestelijke of morele scheelkijkerij. Ze willen die kant op kijken, maar hun ogen wenden zich naar deze kant van de galerij. Ze zeggen nooit eenvoudig en precies wat ze bedoelen, maar gebruiken woorden in een dubbele en twijfelachtige betekenis. Dit verafschuw ik het meest in een godsdienstleraar, doch het komt maar al te vaak voor.
                                             
C.H. Spurgeon in "Nathanaël, of de man, die vandaag het hardst nodig is"  toespraak 1 



Mijn broeder, als de Here u niet heeft gezonden met een boodschap, ga dan naar bed, of naar school, of zorg voor uw boerderij, want wat doet het ertoe wat u uit uzelf te zeggen hebt.

Een onbekeerde prediker moet wel in een benarde situatie zitten, want hij mist het bewijs van de waarheid, die hij verkondigt.

Het evangelie bevat niets wat iemand in de war kan brengen, tenzij hij wenst in de war gebracht te worden.

Bepaalde theologen houden ervan een onbegrijpelijk evangelie te prediken, want het geeft hen een air van wijsheid in de ogen van de dwazen.

En zou u, geleerde mannen, graag willen dat zij verloren gingen? Ik ben bang dat sommigen van u zich daarover minder zorgen maken dan over uw eigen aanzien wat betreft talent en gedachten. Ter wille van het hebben van een diepzinnig  mini-evangelie, helemaal voor uzelf,  zou u een gracht rondom het kruis willen graven om de volksmenigte ervan te weerhouden om binnen te dringen. Dat is niet het evangelie, ook niet de gezindheid van de Here Jezus. Pas ervoor op dat u zelf niet de waarheid mist. Ik ben bang dat, terwijl u aan het rondtasten bent naar de grendel van de hemelpoort, de mensen die u zo veracht, door de deur naar binnen gaan en zingen: “Glorie halleluja, wij hebben de Heiland gevonden.”

Veronderstel dat het evangelie moeilijk te begrijpen was, wat zouden wij dan doen bij een sterfbed? We worden met veel haast geroepen om mensen op te zoeken, die het veronachtzaamd hebben de middelen der genade bij te wonen en nu sterven in onwetendheid. Het is onze trieste taak hen het pad des levens uit te leggen, terwijl zij beginnen aan de donkere afdaling van de dood. Zolang de lamp blijft branden, hebben we hoop en daarom beginnen we de weg uiteen te zetten waarlangs een zondaar tot God kan terugkeren. Is het niet goed om het bij u te hebben in een korte samenvatting, uitgedrukt in gewone woorden? We vertellen hen, dat Jezus Christus in de wereld kwam om zondaren te redden en dat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben. Wat zouden we kunnen doen, als het evangelie niet zo eenvoudig was? Moet ik een handkar hebben en die overal met me mee duwen om zo naar iedere stervende een half dozijn Latijnse boeken van folioformaat mee te nemen? Niets van dat alles.
                                                          
C.H. Spurgeon in "Het ware evangelie is geen verborgen evangelie".



En, geliefde vrienden, nogmaals, de doop is vaak de test van gehoorzaamheid. Wie in Christus gelooft, neemt Hem als zijn Meester en evenzeer als zijn Redder; Christus zegt daarom tot hem: “Ga en doe dat-en-dat.” Als de man weigert het te doen, bewijst hij daarmee, dat hij niet van plan is de discipel van de Meester te worden. “O,” zegt iemand, “u weet dat de doop niet essentieel is.” Heb ik u niet verzocht op te houden met zo’n nutteloos en verdorven gepraat als dat? Hebt u een dienstmeisje? Gaat u ’s morgens vroeg naar de zaak? Zou u om zes uur een kop thee willen, voordat u weggaat naar de stad? Het dienstmeisje brengt u die niet en u vraagt: “Waarom heb ik m’n thee niet gekregen?”  “O!” antwoordt ze, “het is niet essentieel; u kunt uw zaken heel goed doen zonder dat kopje thee.” Laat zo’n antwoord als dat herhaald worden, of laat het slechts één keer gegeven worden en ik zal u vertellen, wat niet essentieel zal zijn; het zal niet essentieel voor u zijn om dat meisje nog langer in uw huis te houden; u zult een ander dienstmeisje willen, want u zult zeggen: “Het is duidelijk, dat ze geen dienstmeisje van mij is: ze werpt zichzelf op als de vrouw des huizes, want ze begint mijn opdrachten te beoordelen en te zeggen, dat deze essentieel is en dat die niet essentieel is.”
           Wat bedoelt u met “niet essentieel”? “Ik bedoel, dat ik gered kan worden zonder gedoopt te zijn.” Zult u die goddeloze zin nog een keer durven zeggen? “Ik bedoel, dat ik gered kan worden zonder gedoopt te zijn.” Verachtelijk schepsel dat u bent! Dus u wilt niets doen van dat wat Christus  beveelt, als u gered kunt worden zonder het te doen? U bent het nauwelijks waard om überhaupt gered te worden! Een man, die altijd betaald wil worden voor wat hij doet, wiens enige gedachte van de godsdienst is, dat hij datgene zal doen, wat essentieel is voor zijn eigen redding, heeft alleen maar als doel z’n eigen huid te redden en Christus kan gaan, waarheen Hij wil. Het is duidelijk, u bent geen dienstknecht van Hem; u dient gered te worden uit zo’n schandelijke, ellendige geestestoestand. Moge de Here u redden! Ik geloof dikwijls, dat deze kleine zaak van de doop der gelovigen de test is van de oprechtheid van onze belijdenis van liefde tot Hem.

                                   
C.H. Spurgeon in  "De Doop, een essentieel kenmerk van de gehoorzaamheid" toespraak 25 



“Ik zal grote aanstoot geven als ik nu verderga en zeg, als voor Gods aangezicht, dat ik ervan overtuigd ben dat, zolang als de kinderdoop wordt gepraktiseerd in een christelijke kerk, het pausdom er een deur heeft,  die wijd open staat voor haar terugkeer. Het is één van die nesten, die uit de boom moet worden gehaald, of anders zullen de smerige vogels er weer in gaan bouwen.
We moeten terugkeren tot de wet en tot het getuigenis, en elke inzetting die niet duidelijk onderwezen wordt in de Schrift, moet worden weggedaan. Zolang als u de doop geeft aan een onwedergeboren kind zullen mensen zich inbeelden, dat het kind er iets goeds door krijgt, want ze zullen zich de vraag stellen: “Als het kind er niets goeds door krijgt, waarom wordt het dan gedoopt?” De stelling dat het kinderen in het verbond plaatst of hen tot leden van de zichtbare gemeente maakt, is slechts een versluierde vorm van de fundamentele dwaling van de wedergeboorte door middel van de doop. Als u aan de inzetting vasthoudt, zult u altijd mensen hebben, die op een bijgelovige manier geloven dat de baby er iets goeds door krijgt en wat is dat anders dan onvervalst pausdom? Aangezien het kind niet kan begrijpen wat er wordt gedaan, zal al het goeds wat het krijgt, tot hem moeten komen op de occulte manier, die zozeer in zwang is bij bijgelovige mensen. Is het een wonder dat er paapse geloofsideeën uit ontstaan?” 

                                                                                 
C. H. Spurgeon in "Tekenen der tijden" toespraak 74 




"Op welke wijze kan satan zo ernstig de gemeente van God beschadigen als door het naar binnen duwen van onwaardige mensen? Terwijl de mensen sliepen, kwam de vijand en zaaide onkruid tussen de tarwe, opdat het onkruid de voeding bij de tarwe vandaan zou halen en zou helpen het te verstikken en zou voorkomen dat het een rijke oogst gaf."

"Satan weet heel goed dat één duivel in de gemeente veel meer kan doen dan 1000 duivels buiten haar grenzen. Hij begrijpt dat al de godslasteraars, atheïsten en vrijdenkers enzovoort, die ooit de bolwerken van de gemeente van God aanvielen, nog voor geen tiende deel zoveel kwaad bij haar konden aanrichten als diegenen, die pretenderen volgelingen van het bloedende Lam te zijn en in het verborgene de Here opnieuw kruisigen en Hem openlijk te schande zetten."

"De aarde is rijp aan het worden en de karakters van de mensen gaan ten onder aan de hoogste mate van ontaarding. Dit is de eeuw van de schurkerij, het uitverkoren tijdperk van misleidingen, leugens en huichelarijen; we moeten verwachten steeds meer te zien te krijgen van dat overkoken van de poel van ongerechtigheid die in de menselijke natuur ligt. Wees niet verrast, als in deze laatste dagen hele troepen wolven in schaapskleren te zien zullen zijn, bedriegers en lasteraars van de gemeente, want zo zijn wij gewaarschuwd door de stem van God."

"De gemeente moet gezuiverd en gereinigd worden, want de wan van onze Here is in Zijn hand en Hij zal Zijn dorsvloer geheel zuiveren. Wie zonde door de vingers ziet, krijgt er deel aan. God wil dat wij het onreine uit ons midden wegdoen, opdat wij niet totaal bezoedeld worden en een gruwel worden in Zijn ogen."

"O, u, belijders, die niet leeft, zoals u zou moeten leven, u die verborgen zonden bedrijft, u leden van de gemeente die, onbekend voor ons, zich wentelt in het kwaad, ik doe een dringend beroep op u om op eigen initiatief uit ons midden weg te gaan, voordat de Here Zijn straffen op u afvuurt. Maakt dat u wegkomt, bij ons vandaan, opdat er geen dubbel oordeel over u kome."

"Kom tot berouw en geef uw ongerechtigheden op, opdat uw zonden uitgedelgd mogen worden, maar als u dit niet doet, stop er dan tenminste mee om de gemeente van God te onteren door uw valse belijdenis."

"'Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt.' Ik ervaar het, alsof ik in uw midden zou kunnen rondgaan en een ieder bij de hand zou kunnen nemen en zeggen: “Mijn broeder en mijn zuster, wilt u ook weggaan?” O, als u zou antwoorden: “Nee, wij willen het Lam volgen, waar Het ook heengaat”, dan zou ik antwoorden met de woorden van mijn Meester: “Wat ik u zeg, zeg ik allen: Waakt."
                                                                 
C.H. Spurgeon in "Schandvlekken bij onze liefdemaaltijden"  toespraak 72  




"
Ik ken geen beter middel om de publieke opinie te bederven dan een gebrek aan oprechtheid bij predikanten."
                                            
                                 C.H. Spurgeon in "Verwerping v. d. wedergeboorte d.m.v. de doop"   



“Christus kwam opdat Hij Zijn volk zou verlossen van de gemeenschappelijke veroordeling van deze tegenwoordige boze wereld. Dit is de Stad des Verderfs die met vuur verbrand zal worden en het is het werk van Christus om Zijn volk daaruit te halen. Daarom stuurt Hij Zijn evangelisten om tot hen te roepen: ‘Vlucht voor de toekomende toorn, blijf niet treuzelen in de stad, maar ontsnap om uws levens wil; u bent in een verdoemde wereld, die zeker verwoest zal worden; daarom, vlucht naar de enige schuilplaats voor de komende storm.’”

“Er zijn menigten mensen, die nog steeds verkeren in een toestand van een verachtelijke slavernij aan diegenen, die rondom hen zijn; maar toen Christus in de wereld kwam, verzamelde Hij uit de wereld een volk dat voor niemand bang was.”

“O broeders en zusters, waren de martelaren zo enorm dapper en gaan wij toegeven aan wat voor wetten en regels de wereld ons ook maar wenst op te leggen? Zijn wij van plan haar huidige theologie of filosofie te geloven en iets wel of niet te doen al naar gelang zij dicteert?”

“Wat! Stierf Christus om ons te verlossen van de wereld en gaan wij ernaar terug; plaatsen we willens en wetens onze nek onder het juk van de wereld; dragen wij het uniform van de wereld en worden wij weer slaven van de wereld?”

“Laten we toch ondubbelzinniger en eerlijker uit deze wereld weggaan dan we tot nu toe hebben gedaan. Ik geloof dat er veel meer vervolging zou zijn dan er is, als er meer echte Christenen waren, maar we zijn zozeer op de wereld gaan lijken, dat de wereld ons niet haat, zoals ze dat eenmaal deed.”
                            
                                                 
C.H. Spurgeon in “Het doel van de dood van Christus” toespraak 71 




"De godsdienst die is samengesteld uit onze handelingen en onze gevoelens en ons willen is een leugen. Onze godsdienst moet Christus als het Fundament hebben, Christus als de Hoeksteen en Christus als de Gevelsteen; als we niet gebaseerd, gefundeerd, gegrond en gevestigd zijn op Hem, is onze godsdienst ijdel."  

"Heb grondige kennis van Zijn Goddelijke Persoon. Wees goed op de hoogte van Zijn relaties en Zijn ambten: weet, Wie Hij is in het verbond der genade, Wie Hij is voor de Vader, Wie Hij is voor u. O, tracht Hem te kennen! Hij gaat nog altijd de kennis te boven,  maar wees studenten van Christus. Heb niet alleen maar oppervlakkige kennis van Hem, maar tracht Christus te kennen en in Hem bevonden te worden. Dit zal u vrijhouden van dwaling."

"Geliefden, als u grip op die waarheid zult krijgen en die goed zult laten doorwerken in uw ziel, dan zult u meer dan opgewassen zijn tegen het ritualisme of het rationalisme van deze tijd. (…… ) Als hij te maken krijgt met iets, wat hier tegenin gaat, dan zegt hij niet timide: “Iedereen heeft recht op zijn mening”,  maar hij zegt: “Ja, zij mogen recht hebben op hun mening en dat heb ik op de mijne en mijn mening is, dat elke mening, die iets afdoet van het eeuwige heil van het plaatsvervangende offer van Christus, een verachtelijke mening is.” Ontvang de echte verzoening van Christus grondig  in uw ziel en u zult niet worden behekst." 

"Wanneer het aankomt op de directe handelingen tussen God en uw ziel en de dood u in het gezicht staart, dan zal niets u baten dan slechts een gekruisigde Verlosser, en geen vertrouwen zal baten dan slechts het kinderlijke vertrouwen van een zondaar op het volbrachte werk van Hem, Die in onze plaats leed."
                                                                                          
  C.H. Spurgeon in "Mensen die behekst zijn" toespraak  70  




"...waarschijnlijk zouden wij, als we zulke goede christenen waren, als we behoren te zijn, nog niet half zo aardig gevonden worden door de wereld als nu;"

"Er is niets waar de duivel meer van houdt dan dat u hem met rust laat." 

"Ik zie uit naar de tijd, wanneer er slechts twee partijen overgebleven zullen zijn om te vechten, - de mensen die de volgende tekst op hun vaandel hebben aangebracht: “Eén Here, één geloof, één doop”, en die niets anders als hun gedragsregel willen hebben dan alleen de Bijbel, - en zij die de andere banier dragen tot eer van de uitvindingen van mensen en de traditie van de vaderen." 

"Ik schaam me voor de manier waarop sommige belijdende christenen zoveel van de Bijbel negeren door hun ogen te sluiten voor de bevelen van Christus, of door, net zoals Nelson, met hun blinde oog te kijken naar die bevelen, welke zij niet wensen te begrijpen. Omdat zij zich in een bepaalde gemeenschap bevinden, geloven zij wat de gemeenschap gelooft, zonder het ooit door het Woord van God te toetsen en te beproeven. Zij willen niet teveel weten, en als iemand probeert hen een waarheid te onderwijzen die zij niet kennen, dan zijn ze niet bereid het te leren, uit vrees dat het hen aan het wankelen zou brengen in hun kerkelijke positie." 
                                                                       
C.H. Spurgeon in "Wie staat aan de kant van de Here?" toespraak  69  




"Als God bestaat, dan is Hij overal; dus met welk een eerbied en ontzag behoren we dan elk moment van ons leven door te brengen! Er is geen plaats om te zondigen, want God is daar. Er is geen plaats om lichtvaardig te handelen, want God is daar. Er is geen plaats om te lasteren, want God is daar: zult u Hem in Zijn aangezicht lasteren? Er is geen plaats voor opstand, want God is daar: zult u in opstand komen tegen de Koning op Zijn eigen terrein? Dit maakt alle plaatsen zeer ontzagwekkend en elk uur werkelijk heilig. Van elk plekje grond waarop wij staan, kunnen we met Jacob zeggen: 'Hoe ontzagwekkend is deze plaats!'”

"Als wij werkelijk wensen tot God te komen, moet het zijn langs de weg waardoor Hij tot ons gekomen is; dat is, door Zijn Zoon, Jezus Christus. Laat mij eraan toevoegen, dat we ook nooit op de juiste wijze tot God zullen komen, tenzij wij vragen om de hulp van de Heilige Geest, de derde Persoon van de gezegende Drie-eenheid."

"Hij, die door de wereld een fanatiekeling wordt genoemd, is vaak juist degene die diepgaand, oprecht en vurig is, en hij is het, die ontdekt dat God zijn Beloner is, omdat hij Hem ernstig zoekt. Hem niet slechts zoekt, maar Hem zoekt met heel zijn hart, verstand, ziel en kracht."
                                                
                 C.H. Spurgeon in "Wat is essentieel in het komen tot God?   toespraak 68   



"Als de onwedergeboren wereld het evangelie met instemming ontving, zou het grote twijfel oproepen over het Goddelijke karakter van de leer, maar wanneer het onvernieuwde hart het met minachting verwerpt, dan erkent het op zijn eigen blinde manier, dat deze leer niet van een mens is, noch door een mens." 

"Als al de kracht om geloof te doen ontstaan van de Heilige Geest moet komen, dan moeten zij, die de waarheid zouden willen verbreiden, zorgvuldig op ZIJN wijze aan het werk gaan."

"Onze godsdienst is òf bovennatuurlijk, òf het is bedrog, en het moet worden verspreid door bovennatuurlijke middelen of helemaal niet." 
                              
 "Een bekering draagt vandaag al de kenmerken die 500 jaar geleden de echtheid van een bekering bewezen: er is hetzelfde berouw, dezelfde afkeer van het “ik” en angst voor toorn, gevolgd door hetzelfde geloof, dezelfde hoop en dezelfde verlossing van de heerschappij van het kwaad."                                                                
                                                                   
C.H. Spurgeon in "Een woord voor dit uur" uit Het Zwaard en de Troffel   




"Ik vraag me vaak af, waarom sommigen van u komen om mij te horen zoals u doet; het brengt me in verwarring, want ik zie geen reden waarom u dat zou doen. Ik bied u geen amusement aan; ik vertel u geen grappige verhalen, maar ik probeer uw hart te breken met de hamer van het Woord. U komt en u gaat, toch krijgt u geen zegen voor zover ik kan zien; bent u er tevreden mee dat het altijd zo blijft? Als u dat bent, ik ben niet tevreden."

                                             C. H. Spurgeon in "Het vullen van de maat van de ongerechtigheid."   toespraak no 67  



"Ik weigerde bij een bepaalde gelegenheid om naar Ierland te gaan, toen ik daartoe uitgenodigd werd door een broeder, die als reden opgaf waarom hij wenste dat ik ging, dat ik door daarheen te gaan de denominatie van de Baptisten enorm zou laten groeien. “Nee”, zei ik, “ik zou niet de straat oversteken, nog veel minder de zee, alleen maar om mensen Baptist te maken.” Waar ik ook moge zijn, ik streef ernaar als voor Gods aangezicht, zo met mensen om te gaan dat zij tot Christus worden gebracht, waarbij ik het verder aan de Geest van God overlaat om de dingen van Christus te nemen en die aan hen te openbaren."

                                                                 C.H. Spurgeon in "Wie behoren er gedoopt te worden?"   toespraak no 66   



"Er is geïnsinueerd, zo niet openlijk verzekerd, dat, als men in een bepaalde kerk een man uit zijn ambt zet, omdat hij de leerstukken ervan loochent, dit vervolging is. Maar als de leden van een godsdienstige gemeenschap gedwongen worden een man te ondersteunen, die hun geloof ondermijnt, worden zij dan niet zeer duidelijk vervolgd? Als zij worden gedwongen een persoon als hun geestelijke leider te dulden, die de leerstukken aanvecht, welke hij had moeten verdedigen wegens zijn aanstelling, is dat dan niet vervolging van het zwaarste soort?"
                                       
C.H. Spurgeon in "Predikanten, die onder valse vlag varen"  uit Het Zwaard en de Troffel  



"U weet, geliefde toehoorders, en ik hoef het u nauwelijks te vertellen, dat een mens die bijna eerlijk is, een schurk is, en dat de mens die bijna een christen is, een onchristelijk persoon is. Er was een man die bijna werd gered uit een vuur, maar hij werd verbrand; er was iemand anders die bijna werd genezen van een ziekte, maar hij stierf; er was iemand die bijna gratie kreeg, maar hij werd opgehangen; en er zijn er velen in de hel die bijna gered werden."

"U moet uw zonden opgeven, als u gered wilt worden. Christus is gekomen om Zijn volk te redden uit hun zonden, niet in hun zonden. Dronkaard, u kunt uw beker niet vasthouden en toch naar de hemel gaan. Ik spreek duidelijk. U die gewend bent om te liegen, kunt niet een liegende tong én een geredde ziel hebben. Als iemand van u in zaken bedrog pleegt, praat dan niet tegen mij over uw geloof in Christus. Als u kunt liegen, bedriegen en oneerlijk handelen, bent u van uw vader, de duivel, en hij zal u krijgen, even zeker als u leeft, tenzij u tot berouw komt en u afkeert van uw slechte wegen. Er is geen echte redding behalve redding uit zonden, dus moet uw zonde worden opgegeven."
                                              
C.H. Spurgeon in "Waarom sommige zoekenden niet gered worden"  toespraak no 65  



"Wee zulke mensen, die, terwijl ze pretenderen aanbidders van de HERE te zijn, ook aanbidders zijn van de beestachtige god van de dronkenschap. Is dat een te hard woord? Ik vraag de beesten om vergeving, dat ik zo slecht over hen sprak."

"Ik geloof in de volharding der heiligen; ik word bijna gedwongen te geloven in de volharding der huichelaars, want werkelijk, wanneer een mens zichzelf er eenmaal toe aanzet om dubbelspel te spelen en zowel God te vrezen als andere goden te dienen, is hij zeer geneigd daarin te blijven steken."

"Vaak zien we, door de genade van God, de verstokte zondaar als een brandhout uit het vuur gerukt, maar o, hoe zelden zien we de onoprechte Farizeeër loskomen uit zijn misleidingen. Op het aambeeld van een valse belijdenis smeedt satan de meest verharde van harde harten."

                                                                                              C.H. Spurgeon in "Bastaardgodsdienst" toespraak no 64  

"Als Christus werkelijk uw Here is, zult u Hem gehoorzamen, als Hij niet uw Here is, noem Hem dan niet zo."

"Het is iets vreselijks een gewichtige belijdenis van heiligheid af te leggen en toch te leven in de toegeeflijkheid aan een verborgen slechte gewoonte: zulke personen zullen naar mijn opmerkingen luisteren en mij prijzen om mijn betrouwbaarheid en toch doorgaan in hun huichelarij. Dit is zeer pijnlijk. Deze mensen kunnen de Joodse taal spreken en toch gaat de spraak van Babylon hen veel gemakkelijker af: zij volgen Christus, maar hun hart is bij Belial. Wee mij! Mijn ziel wordt misselijk bij de gedachte aan hen. Wees waarachtig! Wees waarachtig!"

"Bedenk dat wanneer u bouwt met hout, hooi en stro van alleen maar ideeën, u slechts materialen verzamelt voor uw eigen brandstapel op die dag, wanneer het vuur alle liefhebbers en makers van de leugen zal verteren. Wees waarachtig als staal!"
                                                                             C.H. Spurgeon in "Over het leggen van fundamenten"  toespraak 63




"Ik hoor regelmatig dat personen worden aangespoord om hun hart aan Christus te geven, hetgeen een zeer juiste aansporing is, maar dat is niet het evangelie. Het evangelie komt voort uit iets dat Christus u geeft, niet uit iets dat u aan Christus geeft."

                                                                                     C.H. Spurgeon in "Wispelturige volgelingen" toespraak no 62   




"Zoals van vis wordt gezegd dat hij begint te stinken bij de kop, zo zult u merken dat de eerste mensen die afwijken van de waarheid, diegenen zijn, die juist de laatsten behoorden te zijn, namelijk, de zogenaamde leraren ervan. Als het volk maar aan het woord kon komen, zodat het gehoord werd, dan zouden we nog niet de helft van de ketterij hebben die nu het huis van God bezoedelt."
                                                                        
C.H. Spurgeon in "Wat de gemeente behoort te zijn" toespraak no 61