|
|
DE EERSTE
VRUCHT VAN DE GEEST.
Printversie:
Een
toespraak gehouden op zondagochtend 25 mei 1884, door C.H. Spurgeon.
De tekst is
Galaten 5:22. “Maar de vrucht van de Geest is liefde.”
De ergste
vijand die we hebben, is het vlees. Augustinus was gewoon om vaak te
bidden: “Here, verlos mij van die slechte mens, mijzelf.” Al het vuur
dat de duivel uit de hel kan aanvoeren, zou ons weinig schade berokkenen,
als we niet zoveel brandstof in onze natuur hadden. Het is het buskruit in
het magazijn van de oude mens, wat ons levenslange gevaar is. Wanneer we
op de hoede zijn voor vijanden van buiten, moeten we niet vergeten
voortdurend op onze wachttoren te staan tegen de vijand der vijanden van
binnen. “Het begeren van het vlees gaat in tegen de Geest.” Aan de
andere kant is er de Heilige Geest, onze beste Vriend, Die ons meer
liefheeft dan we onszelf liefhebben. We zijn schandalig vergeetachtig wat
betreft de Heilige Geest en daarom moet gevreesd worden, dat we Hem enorm
bedroeven. Toch zijn we Hem onmetelijk veel verschuldigd: in feite danken
we ons geestelijk bestaan aan Zijn Goddelijke kracht. Het zou niet juist
zijn de liefde van de Geest te vergelijken met de genade van onze Here
Jezus Christus, om zo, als het ware, indirect een weegschaal op te stellen
voor het meten van liefde, want de liefde van de Geest, Die wedergeboren
doet worden, is oneindig, evenals de liefde van de Zoon, Die verlost. Maar
toch willen we voor een ogenblik deze twee openbaringen van liefde naast
elkaar zetten. Is de inwoning van de Geest van God niet gelijk in
barmhartigheid aan de vleeswording van de Zoon van God? Jezus woonde in
een reine menselijke natuur van Zichzelf; de Heilige Geest woont in onze
menselijke natuur, die gevallen is en tot nu toe nog onvolkomen geheiligd.
Jezus woonde in Zijn menselijk lichaam en had die volmaakt onder Zijn
eigen controle, maar helaas, de Heilige Geest moet strijden om de
heerschappij in ons en hoewel Hij Heer is over ons hart, is er toch een
boze macht in onze leden, die zich stevig heeft verschanst en hardnekkig
gericht is op het kwaad. “Het begeren van het vlees gaat in tegen de
Geest, en dat van de Geest tegen het vlees.” Onze Here Jezus woonde
slechts ongeveer dertig jaar in Zijn lichaam, maar de gezegende Geest van
alle genade woont voor altijd in ons, gedurende al de dagen van onze
pelgrimstocht: vanaf het ogenblik dat Hij in ons binnenkomt door de
wedergeboorte, blijft Hij in ons en maakt ons geschikt om deelgenoten te
worden van de erfenis der heiligen in het licht. U zingt:
“O,
het is liefde, wondervolle liefde.”
met
betrekking tot onze Here Jezus en Zijn kruis: zing het ook met betrekking
tot de Heilige Geest en Zijn lankmoedigheid. Hij kijkt naar ons van binnen
uit en daarom ziet Hij de kamers van de voorstellingswereld, waar nog
steeds verborgen afgoden verblijven. Hij ziet onze daden; niet van buiten,
want dan zouden ze misschien gunstig beoordeeld kunnen worden, maar Hij
onderscheidt ze van binnen uit, in hun bronnen en in de verontreiniging
van die bronnen; in hun belangrijkste stromingen en in al hun draaikolken
en teruglopend water. O broeders, het is wonderlijk dat deze gezegende
Geest ons niet verontwaardigd verlaat; we herbergen Hem zo slecht, we eren
Hem zo weinig. Hij ontvangt zo weinig van onze hartelijke aanbidding,
zodat Hij terecht zou kunnen zeggen: “Ik wil niet langer bij u
blijven.” Toen de Here Zijn volk aan het Romeinse volk had overgegeven,
werd er in de tempel te Jeruzalem een geluid gehoord als van ruisende
vleugels en een stem riep: “Laten Wij heengaan.” Terecht zou de
Goddelijke aanwezigheid ook ons hebben verlaten vanwege onze zonden. Het
is weergaloze liefde die de Heilige Geest ertoe brengt onze slechte
manieren en ons irriterende gedrag te verdragen. Hij blijft, hoewel zonde
Zijn tempel binnendringt! Hij plaatst Zijn Koninklijke woning waar het
kwaad Zijn paleis aanvalt! Helaas, dat een hart waar de Geest Zich
verwaardigt om te wonen, ooit tot een doorgangsweg voor egoïstisch en
ongelovig verkeer gemaakt zal worden! God helpe ons de Heilige Geest te
aanbidden bij het begin van onze toespraak en dat zelfs nog eerbiediger te
doen bij de afsluiting!
Wanneer de
Heilige Geest in ons komt, is Hij de Schepper van al onze verlangens naar
ware heiligheid. Hij worstelt in ons tegen het vlees. Die heilige strijd,
die we voeren tegen onze verdorvenheid, komt geheel van Hem. Wij zouden
erbij gaan zitten in gewillige slavernij aan het vlees, als Hij ons niet
gebood te vechten voor de vrijheid. De goede Geest leidt ons ook op de weg
van het leven. Als we door de Geest geleid worden, zegt de apostel, zijn
we niet onder de wet. Hij leidt ons met vriendelijke middelen, Hij trekt
ons met koorden der liefde en mensenbanden. “Hij leidt mij.” Als we
een enkele stap zetten op de juiste weg, is dat omdat Hij ons leidt en als
we deze vele jaren hebben volhard op de weg van vrede, komt dat allemaal
door Zijn leiding, ja, door Hem Die ons zeker zal binnenbrengen en ons zal
doen genieten van de beloofde rust.
“En
elke deugd die we bezitten
en elke overwinning die we behaalden
en elke gedachte aan heiligheid
is van Hem alleen.”
De Heilige Geest schept niet alleen de innerlijke strijd tegen de
zonde en het worstelende verlangen naar heiligheid en leidt ons niet
alleen voorwaarts op de levensweg, maar Hij blijft in ons, neemt daar Zijn
verblijf en nog meer: want de tekst suggereert een nog onbeweeglijker
standvastigheid van verblijf in ons hart, omdat, volgens het beeld, de
Heilige Geest wortel in ons schiet. De tekst spreekt van “vrucht” en
vrucht komt alleen als er sprake is van geworteld blijven; het zou niet
kunnen worden opgevat in verband met een doorreis, zoals dat van een
zwerver. De stokken en de tentpinnen die in de grond worden gedreven bij
een Arabische tent, dragen geen vrucht want zij blijven niet op één plek
en voor zover ik lees van de “vrucht van de Geest”, ontleen ik troost
aan de aanduiding en concludeer ik dat Hij van plan is in onze ziel te
blijven, zoals een boom in de grond blijft, wanneer er vrucht door
gedragen wordt. Laten we de Heilige Geest liefhebben en prijzen! Laat het
gouden reukwerkaltaar deze aarde doortrekken met de fijne geur van een
eeuwigdurende aanbidding voor de Heilige Geest! Laat ons hart van harte
dit plechtige loflied voor Hem zingen: -
“We
geven U, Heilige Geest, lof,
U, Die in ons hart van zonde en ellende
levende bronnen van genade doet ontspringen,
en in de grenzenloze heerlijkheid doet stromen.”
I. Nu we tot onze tekst komen, zal ik de zaken aangeven die erin
staan en het eerste waar mijn oog op valt, is een ZIFTENDE WAN. Ik zou
graag bevoegd zijn hem te gebruiken, maar het is veel beter dat hij zou
blijven waar hij is, want “de wan is in Zijn hand en Hij
zal Zijn dorsvloer geheel zuiveren.” Het handvat van deze ziftende
wan is gemaakt van het eerste woord van de tekst, dat scheidende
voegwoord, die enkele lettergreep, die verdeling brengt: “Maar”.
“Maar de vrucht van de Geest is liefde”!
Dat
“maar” is daar geplaatst, omdat de apostel bepaalde werken van het
vlees had genoemd, die hij allemaal zift als kaf en dan plaatst hij hier
tegenover “de vrucht van de Geest.” Als u het hoofdstuk leest, zult u
opmerken dat de apostel niet minder dan zeventien woorden heeft gebruikt,
ik zou bijna zeggen achttien, om de werken van het vlees te beschrijven.
De menselijke taal is altijd rijk aan slechte woorden, omdat het
menselijke hart vol is van het vele kwaad dat deze woorden aanduiden.
Negen woorden worden hier gebruikt om de vrucht van de Geest uit te
drukken, maar zie eens hoeveel er opgesomd worden om de werken van het
vlees uit te drukken!
De
eerste groep van deze werken van het vlees die gezift moeten worden zijn de
vervalsingen van liefde tot mensen. Vervalste liefde is één van
de meest smerige dingen onder de hemel. Dat hemelse woord, liefde, is door
de modder van de onreine hartstocht en het vuile verlangen gesleept. De
losbandigheid, die voortkomt uit de aanbidding van Venus, heeft zichzelf
een naam durven aanmeten, die behoort bij de reine aanbidding van de HERE.
Nu, de werken, die de liefde vervalsen zijn deze: “overspel,
hoererij, onreinheid, losbandigheid.” Om van “liefde” te spreken,
wanneer een man de vrouw van zijn naaste begeert, of wanneer een vrouw het
bevel overtreedt: “Gij zult geen overspel plegen”, is weinig minder
dan regelrechte godslastering
tegen de heiligheid van de liefde. Het is geen liefde, maar begeerte;
liefde is een engel en de begeerte een duivel. De reinheid van het
huiselijke leven wordt verontreinigd en de eer ervan wordt te schande
gemaakt, wanneer de huwelijksband eenmaal is veronachtzaamd. Wanneer
mannen of vrouwen over godsdienst spreken en ontrouw zijn aan hun
huwelijksverbond, zijn zij laaghartige hypocrieten. Zelfs de heidenen
veroordeelden deze schanddaad; laten christenen het niet tolereren.
Het volgende werk van het vlees is “hoererij”,
die nauwelijks werd afgekeurd onder de heidenen, maar zeer streng
veroordeeld wordt door het christendom. Het is een treurig teken van deze
tijd dat er in deze verdorven dagen sommigen zijn opgestaan, die deze
misdaad behandelen als een lichte overtreding en zelfs proberen te zorgen
voor wettelijke bepalingen, zodat men zich er veiliger aan kan overgeven.
Is het zover gekomen? Is de burgerlijke heerser een handlanger geworden
van de begeerten van verdorven geesten? Laat het niet één keer onder u
genoemd worden, zoals het heiligen betaamt.
“Onreinheid”
is een derde werk van het vlees en het omvat die vele vormen van smerige
vergrijpen, die het lichaam verontreinigen en het beroven van de echte
eer.
Ter
afsluiting hebben we de “losbandigheid”, welke het koord
is dat de onreinheid voorttrekt en alle gesprekken inhoudt, die de
hartstochten opwekken, alle liederen die doen denken aan ontucht, alle
gebaren en gedachten die leiden naar een ongeoorloofd genot. Triest genoeg
hebben we in deze dagen veel van deze twee soorten kwaad, niet alleen
openlijk in onze straten, maar ook op een meer verborgen manier. Ik
verafschuw het onderwerp. Alle kunstwerken, die tegen de eerbaarheid
ingaan, worden hier veroordeeld en ook de meest welgevallige poëzie,
wanneer die onreine voorstellingen schept. Deze onreine dingen zijn de
werken van het vlees in het stadium van verrotting – de maden krioelen
binnen in een bedorven ziel. Begraaf deze bedorven dingen buiten ons
gezichtsveld! Ik leg ze slechts een ogenblik bloot, opdat daardoor een
heilige afkeer mag ontstaan in elke christenziel en opdat we daarvan mogen
wegvluchten als voor de adem van de pest. Bedenkt toch, u, die zichzelf
rein vindt en u inbeeldt dat u nooit zulke grove overtredingen zult
begaan, dat zelfs belijders met een uitstekende reputatie in deze
weerzinwekkende en afschuwelijke misdaden gevallen zijn. Ja, oprechte
gelovigen, die op zichzelf vertrouwden, zijn in deze sloot gegleden, van
waaruit ze met oneindig veel verdriet ontsnapt zijn om de rest van hun
pelgrimstocht voort te zetten met gebroken beenderen. Helaas, hoe velen
die rein leken, ontsnapt aan de verontreiniging, zijn zo gevallen, dat ze
gered moesten worden als door vuur heen! O, dat we onze klederen onbevlekt
van het vlees mogen bewaren; en dit kunnen we niet doen, tenzij in de
kracht en de energie van de Geest der heiligheid. Hij moet ons zuiveren
van deze soorten van kwaad en Zijn vrucht in ons zo overvloedig laten
worden, dat de daden van het vlees voor altijd buitengesloten zullen
worden.
De ziftende wan wordt vervolgens gebruikt
tegen de vervalsingen van de liefde tot God. Ik verwijs naar
de leugens van het bijgeloof – “Afgoderij en toverij” – “maar de
vrucht van de Geest is liefde.”
Helaas, er zijn sommigen, die vallen in afgoderij;
want zij vertrouwen op een arm van vlees en zetten het schepsel op de
plaats van de Schepper; “hun God is hun buik en zij roemen in hun
schande.” Het gouden kalf van de rijkdom, de zilveren tempels van de
kunst, de godin van de filosofie, de Diana van de mode, de Moloch van de
macht, deze allen worden aanbeden in plaats van de levende God. Zij, die
belijden de ware God te eerbiedigen, aanbidden Hem maar al te vaak op
manieren, die Hij niet heeft ingesteld. Zo zegt de Here: “Gij zult u
geen gesneden beeld maken, noch enige gelijkenis van iets dat in de hemel
hierboven, of op de aarde hier beneden, of in de wateren onder de aarde
is: gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen.” Toch hebben we
christenen (zogenaamd), die zeggen dat ze hulp verkrijgen door de verering
van beelden en schilderijen. Zie hoe hun plaatsen van samenkomst protserig
zijn gemaakt met schilderijen, beelden en dingen die rieken naar het oude
Rome. Wat een afgoderij wordt er openlijk bedreven in bepaalde gebouwen,
die behoren tot de Engelse Kerk! Wat voor een aanbidding, die de zintuigen
streelt, wordt er nu vertoond? De mensen kunnen tegenwoordig God niet
aanbidden, tenzij hun ogen, oren en neuzen worden bevredigd: wanneer deze
zintuigen van het vlees gestreeld worden, zijn ze met zichzelf tevreden
gesteld, “maar de vrucht van de Geest is liefde.” Liefde is de meest
volmaakte architectuur, want “de liefde bouwt op”; liefde is de
mooiste muziek, want zonder dit worden we als schallend koper of een
rinkelende cimbaal; liefde is het heerlijkste wierook, want het is een
offer van de aangenaamste geur; liefde is de best passende kleding, -
“Doet bovenal de liefde aan, welke is de band der volmaaktheid.” O,
dat de mensen toch zouden bedenken dat de vrucht van de Geest niet de
opsmuk van de bloemist, van de beeldhouwer of van de modeontwerper is,
maar de liefde van het hart. Het past slecht bij ons om datgene pronkerig
te maken, wat eenvoudig en geestelijk moet zijn. De vrucht van de Geest is
niet afgoderij, - de aanbidding van een andere god, of van de ware God met
een eredienst naar eigen goeddunken. Nee, die vrucht is gehoorzame liefde
aan de enig levende God.
“Toverij” is ook een
werk van het vlees. Onder dit hoofd kunnen we met recht al dat turen in
het ongeziene onderbrengen, dat scheuren van het voorhangsel dat God heeft
opgehangen, dat omgaan met overleden geesten, die zwarte kunst, die
zichzelf spiritisme noemt en familiegeesten en demonen het hof maakt –
dit is geen vrucht van de Geest, maar de vrucht van een bittere wortel.
Broeder christen, moderne toverij moet worden verafschuwd en veroordeeld
en u zult er verstandig aan doen om hiervan rein te blijven, uit angst om
iets te doen in samenwerking met diegenen, die de duisternis meer
liefhebben dan het licht, omdat hun daden slecht zijn. Afgoderij en
toverij worden veroorzaakt door een gebrek aan liefde tot God en zij
leveren het bewijs dat het leven van de Geest niet in de ziel is. Wanneer
u God gaat liefhebben met geheel uw hart, zult u God niet aanbidden op
manieren die uzelf hebt bedacht, maar u zult zich afvragen: “Waarmee zal
ik naderen tot de Allerhoogste God?” en u zult uw aanwijzingen halen uit
het geïnspireerde Woord van de Here. De dienst die Hij voorschrijft, is
de enige dienst die Hij zal aanvaarden. De ziftende wan is nu aan het
werk: ik vraag me af of het uitwerking heeft op sommigen die hier aanwezig
zijn.
Maar vervolgens verdrijft deze grote ziftende
wan met haar “maar” al de vormen van haat.
De apostel noemt “haat”, of een
langdurige vijandschap tussen mensen, doorgaans in combinatie met een egoïstische
waardering voor iemands eigen persoon. Bepaalde mensen koesteren een
afkeer voor iedereen die niet tot hun kliek behoort, terwijl ze diegenen
verfoeien, die hen tegenstand
bieden. Ze zijn minachtend; wat betreft de zwakkeren voelen zij zich snel
in hun eer aangetast, terwijl ze er niet bij stilstaan of zij zelf anderen
ergeren. Ze hebben er behagen in om een minderheid van één persoon te
vormen en hoe eigenzinniger en twistzieker ze kunnen zijn, hoe meer ze in
hun element zijn.
Ook “veten”, met aanhoudende antipathie,
gekibbel en ruzies, is een werk van het vlees. Zij, die zich eraan
overgeven, gaan tegen alle mensen in, steken iedereen de ogen uit en
kijken uit naar gelegenheden om fouten te vinden en tweedracht.
“Afgunst”, - dat is jaloezie. Jaloersheid
is in al haar vormen één van de werken van het vlees: is het niet wreed
als het graf? Er is een jaloersheid die ziek maakt als een ander geprezen
wordt en wegkwijnt als een ander voorspoed heeft. Het is iets giftigs en
het bijt als een adder: het is een slang langs de weg, die het paard in de
hielen bijt, zodat zijn ruiter achterover zal vallen.
“Toorn” is een andere daad van het vlees:
ik bedoel de woede van een boze hartstocht en al de razernij die eruit
voortkomt. “Maar ik ben een mens met een erg fel karakter,” zegt
iemand. Bent u een christen? Als dat zo is, dan hebt u de opdracht deze
kwade macht de baas te worden, anders zal hij u kapot maken. Als u in
alles in de hoogste mate een heilige van God was behalve op dit ene punt,
dan zou het u omver halen; ja, op een bepaald moment zou een boze geest u
dingen kunnen laten zeggen en laten doen, die u levenslang verdriet zouden
doen.
“Tweedracht” is een wat mildere, maar
even boosaardige vorm van hetzelfde kwaad; al brandt het niet helemaal zo
hard en fel, toch is het een langzaam vuur dat aangestoken wordt door
precies dezelfde vlam van de hel als de meer vurige hartstocht. De
voortdurende liefde om te strijden, de ziekelijke gevoeligheid en de
overdreven achting voor iemands eigen waardigheid, die zich verenigen om
tweedracht voort te brengen, zijn allemaal slechte dingen. Wat is het
juiste respect dat arme schepselen, zoals wijzelf zijn, toekomt? Ik meen,
dat als iemand van ons, ons “juiste respect” zou krijgen, wij dat niet
lang prettig zouden vinden: we zouden denken, dat de nuchtere
gerechtigheid nogal karig was in zijn waardering. We verlangen ernaar
gevleid te worden wanneer wij roepen om het “juiste respect”. Respect,
inderdaad! Wel, als we ons verdiende loon kregen, zouden we in de laagste
hel zijn!
Dan noemt onze apostel “opruiing” die
voorkomt in de straat, de kerk en het gezin. Wat ons kerkelijke leven
betreft, toont dit kwaad zichzelf in de tegenstand tegen allerlei soort
gezag of wet. Op elke soort van ambtelijke actie in de gemeente wordt
geschimpt, omdat ze ambtelijk is; op bestuur, van welk soort ook, worden
tegenwerpingen gemaakt, omdat ieder mens superieur wil zijn en geen tweede
plaats wil innemen. God beware ons voor dit slechte zuurdeeg!
“Partijschappen” zijn die andere vorm van
haat, die elk mens zijn eigen godsdienst laat scheppen, zijn eigen bijbel
laat schrijven en zijn eigen evangelie laat bedenken. We hebben gehoord
van de uitdrukking: “Ieder mens is zijn eigen wetgever” en nu zijn we
gekomen tot dit punt “Ieder mens heeft zijn eigen God, ieder mens heeft
zijn eigen bijbel, ieder mens heeft zijn eigen leraar”.
Na dit werk van het vlees, komt “nijd”;
niet zozeer het verlangen zichzelf te verrijken ten koste van een ander,
als wel een wolfachtig verlangen hem te verarmen en hem af te breken,
louter om de zaak zelf. Dit is een erg zure vorm van onvermengde haat en
laat maar één krachtiger vorm van haat over. Naar de schande van iemand
anders verlangen, alleen maar uit jaloezie vanwege zijn superioriteit, is
eenvoudig duivels en is een soort moord op het beste leven van de man.
De lijst wordt terecht afgesloten met
“moord”, een passende hoeksteen om dit duivelse
bouwwerk te bekronen, want wat is haat anders dan moord? En wat is moord
anders dan haat, die zijn volledige vrucht draagt? Hij, die niet
liefheeft, heeft al de elementen in zich, die hem tot een moordenaar
maken. Als u niet een algeheel gevoel van weldadigheid hebt ten opzichte
van alle mensen en een verlangen om hen goed te doen, dan is de oude geest
van Kaïn in u en die hoeft alleen maar de vrije teugel te krijgen en die
zal de fatale klap uitdelen en uw broeder dood aan uw voeten leggen. God
beware u, mannen en broeders, een ieder van u, voor de heerschappij van
deze duistere principes van haat, die de werken van het vlees zijn in zijn
verdorvenheid. “Maar de vrucht van de Geest is liefde.”
De volgende keer wanneer u begint te koken
van woede, denk dan dat u een hand op uw schouder voelt, die bewerkt dat u
een vriendelijke stem hoort fluisteren: “Maar de vrucht van de Geest is
liefde.” De volgende keer wanneer u zegt: “Ik zal nooit meer met die
man praten, ik kan hem niet verdragen”, denk dan dat u een frisse wind
langs uw koortsige voorhoofd voelt waaien en dat u de engel van genade
hoort zeggen: “Maar de vrucht van de Geest is liefde.” De volgende
keer wanneer u geneigd bent bij iedereen fouten te vinden, uw broeders bij
de oren te pakken en een algehele ruzie te veroorzaken, vraag ik u de
klokken te laten luiden: “Maar de vrucht van de Geest is liefde.” Als
u verlangt fouten te vinden, is dat gemakkelijk om te doen; u kunt bij mij
beginnen en verder de hele lijst langs gaan tot het laatste jonge lid dat
werd toegelaten tot de gemeente en u zult niet lang hoeven kijken, voordat
u iets kunt ontdekken dat verbetering behoeft, maar met welk doel wilt u
op ons vitten? Steeds wanneer u geneigd bent te gaan snauwen, wacht dan
even en hoor de bijbel u vermanen: “De vrucht van de Geest is liefde.”
Wanneer u verontwaardigd wordt, omdat u slecht behandeld bent en u eraan
denkt om kwaad met kwaad te vergelden, denk dan aan deze tekst: “De
vrucht van de Geest is liefde”. “Ach,”
zegt u, “het was schandalig!” Natuurlijk was het dat en imiteer het
daarom niet: vergeld geen schelden met schelden, maar zegen integendeel,
want “de vrucht van de Geest is liefde”.
De ziftende wan is aan het werk: God blaze uw
kaf weg, broeders en het mijne ook!
De volgende zaak, die de ziftende wan
wegblaast is het buitensporig genot – “dronkenschap,
brasserijen en dergelijke”. Helaas, dat christenmensen ooit gewaarschuwd
moeten worden tegen deze dierlijke misdaden en toch hebben ze het nodig.
De wijnbeker heeft nog steeds z’n betovering voor belijders. Dit is nog
niet alles: het gaat er niet alleen om dat u niet overmatig mag drinken,
maar u mag ook niet overmatig eten, of uw lichaam te weelderig kleden, of
er kunnen een paar andere bestedingen van geld zijn voor uw eigen genot,
die niet in overeenstemming zijn met sober leven. Dronkenschap is één
van die overtredingen waarvan Paulus zegt: “dat zij, die zulke dingen
bedrijven, het Koninkrijk van God niet zullen beërven.” De brasserijen,
die de nacht afschuwelijk maken met z’n zogenaamde liederen, - noem het
gejank en dan zit u er dichterbij, - de brasserij, die uur na uur besteedt
aan ontspanning, die het bloed verhit en het hart verhardt en alle gezonde
gedachten verdrijft, is niet voor ons, die de werken der duisternis
vaarwel hebben gezegd, want voor ons is er een betere vreugde, namelijk,
vervuld te worden met de Geest, en “de vrucht van de Geest is liefde”.
II. Het tweede dat ik in de tekst zie, is een JUWEEL, - dat juweel
is liefde. “De vrucht van de Geest is liefde.” Wat een
onbetaalbare diamant is dit! De waarde is helemaal niet te berekenen. Wat
een hemelse genade is liefde! Het heeft haar centrum in het hart, maar
haar omtrek bestrijkt, net als de alomtegenwoordigheid, alles rondom.
Liefde is een genade van onbegrensde reikwijdte. We hebben God lief: het
is de enige manier waarop we Hem geheel kunnen omarmen. We hebben alles
van God lief, maar we kunnen niet alles van God kennen. Ja, we hebben God
lief en hebben zelfs dat deel van God lief, dat we niet kunnen begrijpen
of zelfs kennen. We hebben de Vader lief zoals Hij is. We hebben Zijn
geliefde Zoon lief, zoals Hij is. We hebben de eeuwig gezegende Geest
lief, zoals Hij is. Dit heeft tot gevolg, dat we om Gods wil de schepsels
die Hij maakte, liefhebben. Het is in bepaalde mate waar dat
“Hij
het best bidt, die het meest liefheeft
zowel mens en vogel en dier.”
Elke kleine
vlieg die God heeft gemaakt, is heilig voor onze ziel als Gods schepping.
Onze liefde klimt op naar de hemel, zit temidden van de engelen en buigt
zich dadelijk te midden van hen neer in de ootmoedigste houding, maar op
een ander geschikt moment bukt onze liefde zich naar de aarde, bezoekt de
schuilplaatsen van verdorvenheid, vrolijkt de zolderkamertjes, waar
armoede heerst, op en heiligt de holen van godslastering, want zij heeft
de verlorenen lief. De liefde kent geen verstoten Londen, het heeft
niemand verworpen. Het praat niet over de “vervallen massa’s”, want
niemand is in haar achting vervallen. De liefde hoopt op het goede voor
allen en beraamt het goede voor allen: terwijl ze omhoog kan zweven naar
de heerlijkheid, kan ze ook neerdalen naar het verdriet.
Liefde is een genade, die te maken heeft met
de eeuwigheid, want we zullen nooit ophouden Hem lief te hebben, Die ons
eerst heeft liefgehad. Maar liefde heeft ook te maken met deze huidige
wereld, want ze is thuis in het voeden van de hongerigen, het kleden van
de naakten, het verplegen van de zieken en het bevrijden van de slaaf. De
liefde verheugt zich in het bezoeken van de vaderlozen en de weduwen en zo
verdient het de lofzang – “Ik was hongerig en gij hebt Mij te eten
gegeven; Ik was dorstig en gij hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een
vreemdeling en gij hebt Mij geherbergd; naakt en gij hebt Mij gekleed; Ik
was ziek en gij hebt Mij bezocht; Ik was in de gevangenis en gij zijt tot
Mij gekomen.” Liefde is een erg praktische, eenvoudige deugd en toch is
zij zo rijk en zeldzaam, omdat God alleen haar Schepper is. Niemand anders
dan een hemelse macht kan dit fijne linnen maken; de liefde van de wereld
is waardeloos.
Liefde heeft te maken met vrienden. Hoe teder
nestelt het in het ouderlijke hart! Hoe lief glimlacht het door het oog
van een moeder! Hoe nauw verbindt het twee zielen met elkaar in de
huwelijksband! Hoe vrolijk wandelt het langs de levensweg, leunend op de
arm van vriendschap! Maar de liefde is hiermee niet tevreden, zij omarmt
haar vijand, ze hoopt vurige kolen op het hoofd van haar tegenstander; ze
bidt voor hen die haar met minachting bejegenen en haar vervolgen. Is dit
inderdaad niet een kostbaar juweel? Welk aards iets kan ermee worden
vergeleken?
U moet hebben opgemerkt dat in de lijst
van de vruchten van de Geest het de eerste is – “De vrucht van
de Geest is liefde.” Het staat op de eerste plaats omdat het in sommige
opzichten de beste is. Ten eerste, omdat het voorop gaat. En omdat het het
motiverende principe en de stimulans van elke andere genade en deugd
wordt. U kunt niet iets bedenken wat krachtiger en zegenrijker is en
daarom komt het op de eerste plaats. Maar zie wat haar op de hielen
volgt. Twee schitterende vruchten begeleiden het zoals hofdames
een koningin vergezellen. “De vrucht van de Geest is liefde, blijdschap,
vrede”: wie liefde heeft, heeft blijdschap en vrede. Wat een uitgezochte
metgezellen! Veel liefhebben is een diepe vreugde bezitten, een geheime
kelder van de wijn van vreugde die niemand anders mag proeven. Wie
liefheeft, lijkt op God, Die de God van de vrede is. De zachtmoedigen en
zij, die liefhebben, zullen werkelijk de aarde beërven en zich verheugen
in de overvloed van vrede. Hij is kalm en rustig, wiens ziel vol liefde
is; in zijn boot staat de Here aan het roer en zegt tegen de winden en de
golven: “Vrede; wees stil!” Hij, die één en al liefde is, zal, al
heeft hij misschien veel te lijden, het toch allemaal als vreugde zien,
wanneer hij in velerlei verzoekingen terecht komt. Zie dan wat voor een
kostbaar juweel het is, dat zoveel schitterende briljanten naast zich
heeft.
Liefde heeft dit als haar uitnemendheid, dat
het de gehele wet vervult: u kunt dat niet van een andere deugd zeggen. En
toch, terwijl het de hele wet vervult, is het niet wettisch. Niemand had
ooit lief omdat het van hem geëist werd; een goed iemand heeft lief,
omdat het zijn natuur is om dat te doen. De liefde is vrij – het waait
waarheen het wil, zoals de Geest uit Wie het voortkomt. Liefde is
inderdaad het wezen van de vrijheid in het hart. Het kan terecht geëerd
worden, want terwijl het een echte genadegave van het evangelie is,
vervult het niettemin de hele wet. Als u de wet en het evangelie op een
lieflijke manier wilt combineren, hebt u dat in de vrucht van de Geest,
welke liefde is.
Liefde lijkt bovendien op God, want God is
liefde. Liefde is het, die ons voorbereidt op de hemel, waar alles liefde
is. Kom, lieflijke Geest en rust op ons tot onze natuur veranderd is in de
Goddelijke natuur, doordat we brandende vlammen van liefde worden. O, dat
het vandaag zo met ons mag zijn!
Let erop geliefden, dat de liefde waarvan wij
spreken, niet een liefde is die voortkomt uit mensen als gevolg van hun
natuurlijke instelling. Ik heb mensen gekend, die van nature zacht en
liefdevol waren en dit is goed, maar het is geen geestelijk liefde: het is
de vrucht van de natuur en niet van de genade. Een liefhebbende gezindheid
is bewonderenswaardig en toch kan het een gevaar worden, doordat het kan
leiden tot buitensporige genegenheid, een schuchtere angst om te kwetsen,
of een afgoderij van het schepsel. Ik veroordeel natuurlijke
vriendelijkheid niet, integendeel, ik wens dat alle mensen van nature
vriendelijk waren, maar toch zou ik niet graag willen dat iemand denkt dat
dit hem zal redden, of dat dit een bewijs is, dat hij vernieuwd is. Alleen
liefde die de vrucht van de Geest is, kan worden beschouwd als een kenmerk
van genade. Het spijt me te moeten zeggen, dat sommige mensen van nature
nors zijn; ze lijken geboren te zijn in de tijd van de zure appels en
gevoed te zijn met azijn. Ze bekijken de dingen altijd van de kritische
kant. Ze zien nooit de schitterende pracht van de zon en toch kunnen ze zo
scherp kijken, alsof dat ze de vlekken op de zon hebben ontdekt. Ze hebben
een heel speciale kracht om dingen te ontdekken, die men maar beter niet
kan zien. Zij herinneren zich niet dat de aarde eeuwenlang standvastig en
stevig is gebleken, maar ze hebben een levendige herinnering aan de
aardbeving en ze beven zelfs nu, als ze erover praten. Zulke mensen als
deze hebben het nodig om te roepen om de inwoning van de Geest van God,
want als Hij in hen komt, zal Zijn kracht spoedig de neiging tot
pessimisme overwinnen, want “de vrucht van de Geest is liefde”.
Geestelijke liefde wordt nergens gevonden zonder de Geest en de Geest
woont nergens in het hart of er wordt ook liefde voortgebracht. Tot zover
over dit juweel!
III.
Ik zie in de tekst een derde ding en dat is een SCHILDERIJ: een rijk en
zeldzaam schilderij geschilderd door een Meester, de grote Ontwerper van
alle mooie dingen, de Goddelijke Geest van God. Wat zegt Hij? Hij zegt:
“De vrucht van de Geest is liefde.” We hebben veel schilderijen gezien
met mooie vruchten erop en hier is er één. De grote Kunstenaar heeft het
fruit geschetst, dat nooit in de tuinen op aarde groeit, totdat het
geplant wordt door de Here uit de hemel. O, dat een ieder van ons een
wijngaard in z’n eigen boezem mag hebben en een overvloed mag
voortbrengen van die liefde, welke “de vrucht van de Geest” is.
Wat betekent dit? “Vrucht”, hoe is de liefde een
vrucht? Het beeld laat zien, dat de liefde iets is dat voortkomt uit
leven. U kunt geen vruchten plukken van een dode paal. De pilaren, die
deze galerijen ondersteunen, hebben nog nooit vrucht gedragen, en dat
zullen ze ook nooit; ze zijn van hard ijzer en er circuleert geen
levenssap in hen. Een dode boom brengt geen vrucht voort. God plant
geestelijk leven in mensen en dan komt er uit dat leven liefde voort als
vrucht van de Geest.
Liefde verschijnt als iets dat groeit. De vrucht begint
niet meteen volkomen rijp aan de boom: er komt eerst een bloem, dan komt
er een klein begin wat laat zien dat de bloem bevrucht is; dan verschijnt
er een bes, maar die is erg zuur. U kunt die niet plukken. Laat het een
poosje met rust en laat de zon het rijpen. Straks groeit het en daar hebt
u de appel in de volledige afmetingen van een prachtexemplaar en met een
mild aroma dat verrukkelijk smaakt. De liefde ontspringt in het hart en
neemt toe door een gestage groei. Liefde wordt niet voortgebracht door de
ziel te gieten in de vorm van fantasie of door de genade te koppelen aan
de manieren van een mens, als iets dat buiten hemzelf staat. Kleine
kinderen gaan naar een winkel waar rekening gehouden wordt met hun smaak
en ze kopen stokken waarop kersen zijn vastgemaakt, maar iedereen weet dat
ze niet de vruchten van de stokken zijn, ze zijn er alleen maar aan
vastgebonden. En zo hebben we mensen gekend, die een hartelijke
gemaaktheid en een lieflijke stijl hebben geleend, maar die zijn bij hen
niet natuurlijk; het is geen echte liefde. Wat een lieflijke woorden! Wat
een aardige gezegden! U beweegt u temidden van hen en eerst bent u verrast
door hun hartelijkheid, u bent een “geliefde zuster” of
een “geliefde broeder” en u hoort een “geliefde
predikant” en u komt naar de “geliefde Tabernakel”
en zingt geliefde gezangen op die geliefde oude
wijs. Hun spreken is zo aardig dat het een beetje kleverig aandoet en u
voelt zich als een vlieg die gevangen wordt in stroop. Dit is walgelijk;
het maakt iemand misselijk. Liefde is een vrucht van de Geest, het is niet
iets wat een mens zichzelf aanmeet, maar iets wat uit zijn hart komt.
Sommige mensen besuikeren hun gesprek met erg veel quasi deftige woorden,
omdat ze zich ervan bewust zijn dat de gemaakte vrucht onrijp en zuur is.
In zo’n geval is hun lieflijkheid geen genegenheid maar gemaaktheid.
Maar ware liefde, echte liefde tot God en mensen, komt uit een mens omdat
het in hem is, van binnen bewerkt door de werking van de Heilige Geest,
Wiens vrucht het is. Het resultaat van een wedergeboren mens is, dat een
mens niet langer voor zichzelf leeft, maar voor het welzijn van anderen.
Verder vraagt de vrucht ook zorg. Als u een tuin hebt, zult
u dit spoedig weten. Dit jaar hadden we een overvloed aan bloesem aan onze
perenbomen en een paar weken lang was het weer warmer dan de gewoonlijke
warmte van april, maar er volgden nachten met vorst en bijna al het fruit
viel af. Andere soorten fruit, die de vorst overleefden, lopen nu weer
gevaar vanwege het droge weer, dat een eindeloze variëteit aan meeldauw
heeft ontwikkeld, zodat we ons afvragen of er nog wat van overblijft. Als
we door deze beproeving heenkomen en het fruit groeit goed, dan zullen we
nog verwachten veel appels te zien vallen voor de herfst, omdat wormen
zich naar binnen hebben gegeten en ze met succes hebben vernietigd. Zo is
het met een christenleven; ik heb het werk voor de Here schitterend zien
gedijen, zoals een vruchtbare wijnstok en plotseling kwam er nachtvorst en
de innige hoop werd in de kiem gesmoord. In andere gevallen zijn er nieuwe
denkbeelden en wilde ideeën neergedaald als meeldauw en het fruit is
bedorven; of als het werk aan deze oorzaken van vernietiging is ontsnapt,
is er onverwachts als een worm in het binnenste van de appel, één of
andere onzedelijkheid in een leidinggevend lid, of een ruziezoekende
geest, tevoorschijn gekomen en het is gevallen om nooit meer te bloeien.
“De vrucht van de Geest is liefde.” U moet zorgen voor uw vrucht, als
u aan het eind van het jaar iets wilt hebben om op voorraad te kunnen
leggen en zo moet iedere christen erg waakzaam zijn over de vrucht van de
Geest, opdat het niet op de één of andere manier verwoest zou worden
door de vijand.
Vrucht is de beloning van de landman en de kroon en
heerlijkheid van de boom. De Here kroont het jaar met Zijn goedheid door
te rechter tijd vrucht te geven: de heilige vrucht van liefde is waarlijk
de beloning van Jezus en de eer van Zijn dienstknechten.
Hoe lieflijk is de vrucht van de Geest! Ik zeg “vrucht”
en niet “vruchten”, want de tekst zegt dat. Het werk van de Geest is
één, of het nu bekend wordt bij de naam van liefde, of blijdschap, of
vrede, of nederigheid, of zachtmoedigheid, of zelfbeheersing. Bovendien is
het constant; de vrucht van de Geest wordt voortdurend op de geschikte
tijd voortgebracht. Het plant zich voort, want de boom vermenigvuldigt
zichzelf door haar fruit en het Christendom moet verspreid worden door de
liefde, vreugde en vrede van christenen. Laat de Geest van God in u
werken, geliefde broeders, en u zult in elk goed werk vruchtbaar zijn,
terwijl u de wil van de Here doet. U zult anderen grootbrengen zoals
uzelf, die, wanneer uw tijd voorbij is, uw plaats zullen innemen en vrucht
zullen voortbrengen voor de grote Landman.
IV. Tenslotte ziet u in mijn tekst een KROON. “De
vrucht van de Geest is liefde.” Laten we een diadeem van de tekst maken
en die vol liefde plaatsen op het hoofd van de Heilige Geest, omdat Hij in
het volk van God dit kostbare, wat “Liefde” wordt genoemd, heeft
voortgebracht.
Hoe komt er hemelse liefde in zulke harten als van u en
mij? Het komt ten eerste, omdat de Heilige Geest ons een nieuwe natuur
gegeven heeft. Er is een nieuw leven in ons, dat er niet was toen we eerst
in de wereld kwamen. Dat nieuwe leven leeft en heeft lief. Het moet God
liefhebben, Die het geschapen heeft en de mens, die naar Zijn beeld
gemaakt is. Het roept: “Mijn Vader”, en het wezen van dat woord
“Mijn Vader”, is liefde.
De Geest van God heeft ons ook nieuwe relaties gegeven. Hij
heeft ons de geest van aanneming ten opzichte van de Vader gegeven; Hij
heeft ons onze broederschap met de heiligen doen ervaren en ons onze
eenheid met Christus doen kennen. We zijn in onze relaties niet wat we
vroeger waren, want we waren “erfgenamen des toorns evenals de
overigen”, maar nu zijn we “erfgenamen van God, mede-erfgenamen met
Christus”, en daarom kunnen we niet anders dan liefhebben, want alleen
de liefde kon maken, dat er ten volle van de nieuwe relatie genoten werd.
De gezegende Geest heeft ons ook nieuwe verplichtingen
opgelegd. We hadden de plicht God lief te hebben en Hem als schepsel te
dienen, maar we deden het niet: nu heeft de Heilige Geest ons doen ervaren
dat we schuldenaars zijn van oneindige liefde en genade door de
verlossing. Elke druppel bloed van Jezus roept ons op om lief te hebben;
elke kreun uit het donkere Gethsémané daarginds roept liefde. De Geest
van God werkt in ons, zodat elke splinter van het gindse kruis ons
aanspoort om lief te hebben. De liefde van Christus dwingt ons: wij moeten
liefhebben, want de Geest heeft van de dingen van de liefdevolle Christus
genomen en heeft ze aan ons geopenbaard.
De Geest van God is in ons gekomen en heeft er voor gezorgd
dat liefde onze vreugde is. Wat een blijdschap is het, wanneer u een
toespraak kunt brengen, vol liefde voor degenen tot wie u die predikt, of
wanneer u de armen kunt bezoeken, vol liefde tot degene die u hulp brengt!
Om op een hoek van de straat te staan en te vertellen van de liefde van
Jezus, Die voor ons stierf – wel, dat is geen akelige taak voor de man
die het met liefde doet; het is zijn vreugde en zijn ontspanning. Heilige
dienst, waaraan de emotie van liefde zich kan overgeven, is even fijn voor
ons als het is voor een vogel om te vliegen, of voor een vis om te
zwemmen. De plicht is niet langer slavernij, maar eigen keuze; heiligheid
is niet langer een beperking, maar volmaakte wijsheid, en zelfopoffering
wordt juist de kroon van onze ambitie, de grootste hoogte waarnaar onze
geest kan streven. Het is de Heilige Geest, Die dit alles doet.
Nu, mijn geliefde toehoorder, hebt u deze liefde in uw
hart? Beoordeel het aan de hand van uw relatie met God. Leeft u zonder
gebed? Leest u maar heel zelden Gods Woord? Wordt u onverschillig wat
betreft het dienen van God samen met Zijn volk? Ach, wees dan bang dat de
liefde van God niet in u is. Maar als u ervaart dat u alles wat met God te
maken heeft, liefhebt – Zijn werk, Zijn dienst, Zijn volk, Zijn dag,
Zijn Boek – en dat u alles doet wat in uw vermogen ligt om Zijn
Koninkrijk te verspreiden, zowel door te bidden, door te spreken, door uw
mildheid en door uw voorbeeld; als u inderdaad liefhebt, kunt u dat
gemakkelijk zien, denk ik. Er zijn veel manieren waarop u uzelf kunt
testen.
Wel, veronderstel dat het voldoende beantwoord is, dan heb
ik deze volgende vraag: - prijzen u en ik – die kunnen zeggen “Here,
Gij weet dat ik U liefheb”, - prijzen wij de Heilige Geest voldoende
voor het aan ons geven van dit juweel van liefde? Als u Christus liefhebt,
zeg dan: “Deze liefde wordt mij gegeven: het is een zeldzame plant, een
exotisch exemplaar; het kwam nooit voort uit mijn natuurlijke hart.
Onkruid zal daar snel groeien, maar niet deze mooie bloem.” Prijs de
Heilige Geest ervoor. “O, maar ik heb God niet lief zoals ik zou
moeten!” Nee broeder, ik weet dat u dat niet doet, maar prijs Hem dat u
Hem toch liefhebt. Heb God lief, juist voor het feit, dat Hij u ertoe
gebracht heeft om Hem lief te hebben; dat is de manier om Hem meer lief te
hebben. Heb God lief omdat Hij toestaat, dat u Hem liefhebt. Heb Hem lief
omdat Hij de steen uit uw hart weggenomen heeft en u een hart van vlees
gegeven heeft. Dank God voor het beetje genade, dat u ziet in uw ziel. U
weet dat, wanneer een man een tijdlang ziek is, de dokter op een keer
tegen hem zegt: “U bent nog lang niet beter, maar ik hoop dat u nu de
goede kant op gaat.” “Ja,” zegt de man, “ik voel me erg ziek, maar
toch denk ik, dat ik een klein beetje beter ben: de koorts is minder en de
zwelling neemt af.” Hij noemt één of ander klein symptoom en de dokter
is blij, omdat hij weet dat het veel te betekenen heeft; de ziekte is over
de crisis heen. Prijs God voor een heel klein beetje genade! Berisp uzelf
dat u niet meer genade hebt, maar prijs Hem, omdat u weet dat u toch iets
hebt. Er was een tijd dat ik mijn oren en ogen gegeven zou hebben om te
kunnen zeggen: “Ik heb God werkelijk lief”; en nu ik Hem werkelijk
liefheb, zou ik mijn ogen en oren ervoor willen geven om Hem meer lief te
hebben. Ik zou alles willen geven wat ik heb, om meer liefde in mijn ziel
te krijgen, maar ik ben dankbaar te bedenken dat ik een bepaalde mate van
echte liefde heb en de kracht ervan ervaar. Wees toch dankbaar aan de
Heilige Geest. Dien en aanbid Hem op een speciale en bijzondere wijze. U
zegt: “Waarom op een speciale en bijzondere wijze?” Ik antwoord:
“Omdat Hij zoveel vergeten wordt.” Sommige mensen weten nauwelijks dat
er een Heilige Geest is. Laten de Vader en de Zoon op gelijke wijze geëerd
worden, maar wees zorgvuldig met betrekking tot de Heilige Geest, want de
nalatigheid van de gemeente ten opzichte van de Heilige Drie-eenheid ligt
hoofdzakelijk in het vergeten van het genadewerk van de Heilige Geest.
Daarom benadruk ik dit bij u en vraag u dringend de Heilige Geest te loven
en te verheerlijken en al uw dagen ijverig in alle hartelijke dankbaarheid
ten opzichte van Hem te wandelen. Laat bij het toenemen van uw liefde uw
dienen van de Heilige Geest dagelijks steeds meer zichtbaar worden, omdat
de liefde Zijn vrucht is, al is het ook uw levensbeginsel.
Ik beveel u allen aan bij de God der liefde. Amen.
©
Copyright vertaling 2006 B. Kroeze, Doldersum.
Alle rechten voorbehouden. info@mannavoorpelgrims.nl
Zie voor copyrightregels: www.mannavoorpelgrims.nl
|