|
|
DE NOODZAAK
VAN DE WEDERGEBOORTE
Printversie:
Een
toespraak gepubliceerd op donderdag 3 december 1908, gehouden door C.H.
Spurgeon op zondagavond 29 november 1874.
“Verwonder
u niet dat Ik u gezegd heb, gij moet wederom geboren worden.” –
Johannes 3:7.
We hoeven
ons niet te verwonderen dat er sommige mysteries in ons heilig geloof
zijn, want er zijn overal mysteries. In de natuur zijn er talloze dingen,
die we niet kunnen begrijpen. Er zijn in ons eigen lichaam onverklaarbare
mysteries. Hij, die slechts een ogenblik nadenkt over zo’n eenvoudige
zaak als, hoe het komt dat voedsel stap voor stap wordt veranderd in
vlees, wetende hoe onmogelijk het voor ons zou zijn om het te doen door
een scheikundig proces of een mechanisch apparaat, zal zien, dat er een
mysterie in elk menselijk leven is, een geheime kamer waarin het oog van
de mens niet kan kijken. Er zijn op dit ogenblik mysteries rondom ons. Als
we buiten dit gebouw gaan, zullen we, net als Nicodemus, waarnemen dat de
wind waait; we weten dat hij waait, want wij horen het geluid ervan, maar
we weten niet waar hij vandaan komt, of waar hij heengaat. Omdat er
mysteries zijn in de natuur, omdat er mysteries zijn in ons eigen lichaam,
omdat er mysteries zijn rondom ons, zelfs in de meest alledaagse dingen,
is het niet opmerkelijk dat er mysteries zijn in het Koninkrijk van God.
Toch laat Christus ons, door het beeld van de
wind te gebruiken, zien dat het mysterie iets werkelijks is en dat het
mysterie veranderd kan worden in een praktische verklaring, want hoewel we
niet alles van de wind begrijpen, weten we toch wanneer hij waait;
ofschoon we het niet kunnen bevatten, kunnen we er gebruik van maken. De
wind is op wel duizend manieren gebruikt in dienst van de mens en het is
niet noodzakelijk dat we hem zouden begrijpen om gebruik van hem te maken.
Een man kan een voortreffelijk zeeman zijn en toch niets afweten van de
oorsprong van de wind. Als hij maar begrijpt hoe hij z’n zeil moet
hijsen, verzetten of opdoeken, dan zal hij het heel goed doen. Zo is het
met de mysteries van het Koninkrijk van God; hoewel we ze niet kunnen
begrijpen, is het praktische gebruik ervan een zaak van zo’n eenvoud dat
we er goed aan zullen doen om te leren wat het is.
Ik ga niet proberen het mysterie van de
nieuwe geboorte uit te leggen; dat ligt helemaal buiten mijn vermogen, ik
kan alleen maar de gevolgen ervan uitleggen. Maar er is één punt waarop
ik uw aandacht wil vestigen en dat is, dat als u ooit gered zult worden, u
deze nieuwe geboorte moet ervaren. “Moeten is voor de koning”, zeggen
we en het was de Koning der Koningen, Die zei: “Gij moet wederom geboren
worden.” Mijn tekst behoort tot de absolute noodzakelijkheden; dit is
een waarheid die niet aan de kant geschoven kan worden: “Gij moet
wederom geboren worden.” Als u ooit het Koninkrijk van God zult
binnengaan of zelfs zult zien, als u ooit verzoend zult worden met de God
Die u zo enorm hebt beledigd, dan “moet u wederom geboren worden.”
Maar wat betekent het om wedergeboren te
worden? Ik heb reeds gezegd, dat ik u niet kan vertellen hoe de Geest van
God werkzaam is in de niet-wedergeborene en van hen nieuwe schepselen in
Christus Jezus maakt. Ik weet, dat Hij gewoonlijk werkt door het Woord,
door de verkondiging van de waarheid van het evangelie. Voor zover wij
weten, is Hij werkzaam in het
verstand, volgens de wetten van het verstand, door eerst het begrip te
verlichten; dan krijgt Hij de controle over het oordeelsvermogen, beïnvloedt
de wil en verandert de gevoelens, maar ver boven alles wat wij kunnen
beschrijven, is er een wonderlijke kracht, die Hij uitoefent. Deze moet
blijven te midden van de onnaspeurlijke mysteries van dit tijdelijke
leven. Misschien kunnen we het nooit begrijpen. Door deze kracht wordt er
zo’n wonderlijk effect voortgebracht, dat de mens een nieuwe mens wordt,
net alsof hij teruggekeerd was naar zijn oorspronkelijke niets en hij weer
geboren was in een totaal hogere sfeer. Een nieuwe natuur wordt binnenin
hem geschapen, hoewel de oude natuur niet geheel wordt uitgewist. Het zal
uiteindelijk vernietigd worden, maar het wordt eerst niet vernietigd; toch
wordt een nieuwe natuur in de mens geboren, een natuur die haat wat de
oude natuur liefhad en die liefheeft wat de oude natuur haatte; een nieuwe
natuur, die verwant is aan de natuur van God. Dat is een wonderlijke zin
in de tweede Brief van Petrus: “Opdat gij daardoor deel zoudt hebben aan
de Goddelijke natuur.” In zijn eerste Brief schrijft hij in verband
hiermee: “Als wedergeboren en niet uit vergankelijk, maar uit
onvergankelijk zaad, door het levende en blijvende Woord van God.” Dit
levende zaad wordt in onze harten gezaaid en daar begint het te groeien,
“eerst het blad, dan de aar en daarna het volle koren in de aar.” De
nieuwe geboorte is het planten van het levende zaad in de ziel; het is de
schepping in ons van dat nieuwe, Goddelijke, onsterfelijke leven. We
moeten dat leven hebben, of anders kunnen we het Koninkrijk van God niet
zien of binnengaan.
Mijn onderwerp is de vereiste noodzaak van de
wedergeboorte, en ik wil u ten eerste laten zien, dat de nieuwe
geboorte een grote noodzaak is en ten tweede vragen: hebben
wij die allen ervaren?
“Niet al de uiterlijke
vormen op aarde
Noch de ceremoniën die God heeft
gegeven,
Noch de wil van een mens, noch bloed, noch geboorte
Kan een ziel naar de hemel doen stijgen.
De soevereine wil van God alleen
Schept in ons erfgenamen van de genade
Geboren naar het Beeld van Zijn Zoon,
Een nieuw bijzonder geslacht.”
Bedenk ook, wat zelfs het evangelie van de mensen eist. Mensen
kunnen het evangelie horen, want ze hebben oren, maar ze kunnen het niet
begrijpen, tenzij de Geest van God hun verstand en hart opent om het te
ontvangen. Tot op deze dag gaat het met de mensen zoals het ging met het
geslacht in de dagen van Christus, dat hoewel zij oren hebben, zij niet
horen en hoewel wij tot hen spreken, zij niet opmerken, want hoe zal de
vleselijke mens geestelijke dingen ontvangen? Het niet-wedergeboren hart
kan evenmin het evangelie begrijpen als een paard astronomie kan
begrijpen; het valt totaal buiten het begrip van de vleselijke mens.
Wanneer we een eenvoudige beeldspraak gebruiken, vat hij het letterlijk
op, zoals Nicodemus het deed toen de Here tot Hem zei: “Tenzij iemand
wederom geboren wordt, kan hij het Koninkrijk van God niet zien”, en hij
vroeg heel dwaas: “Kan hij dan voor de tweede
keer in de schoot van zijn moeder ingaan en geboren worden?” Toen
Christus sprak tot de vrouw bij de put in Sichar over het levende water,
zei ze meteen: “Here, geef mij dit water, opdat ik geen dorst heb en
hier niet meer heen hoef te komen om te putten.” En wanneer Christus
vandaag zegt van het brood bij het Avondmaal: “Neem het, eet het, dit is
Mijn lichaam”, dan zeggen de vleselijk gezinde mensen dat het brood
veranderd is in vlees, omdat ze niet het geestelijke
onderscheidingsvermogen hebben, om zelfs de eenvoudigste beeldspraak te
begrijpen, die de Here Jezus Christus graag gebruikt. Geestelijke dingen
moeten geestelijk onderscheiden worden en daarom kan het vleselijke
verstand ze niet onderscheiden.
De genade die vanaf het eerste begin van het
evangelie in het hart verschijnt, ligt geheel buiten het bereik van de
mens. Het evangelie zegt: “Kom tot berouw.” De niet- wedergeboren mens
heeft zijn zonden lief en wil er geen berouw over hebben. Hij drukt ze aan
zijn boezem en totdat zijn natuur wordt veranderd, zal hij er nooit met
afschuw en verdriet naar kijken. Het evangelie zegt: “Geloof; werp al
het vertrouwen op uw eigen verdiensten weg en geloof in Jezus.” Maar de
vleselijke geest is trots en het zegt: “Waarom zou ik geloven en gered
worden door de werken van een ander? Ik wil zelf iets doen, opdat ik een
beetje van de eer krijg, òf door goede gevoelens, òf goede gebeden, òf
goede werken van een bepaald soort.” Berouw en geloof zijn onsmakelijk
voor de niet wedergeborene; ze zouden liever duizend formuliergebeden
opzeggen dan één enkele traan van echt berouw vergieten. Zij zouden zich
liever hun weg naar de hemel banen, zelfs al zouden ze door de hel zelf
moeten gaan om daar te komen, dan eenvoudig de redding om niet als een
gave van God door Jezus Christus komen ontvangen. Broeders, wij moeten
wederom geboren worden, omdat de waarheid van het evangelie niet begrepen
kan worden, en de bevelen van het evangelie niet gehoorzaamd kunnen
worden, behalve waar de Geest van God de wedergeboorte in het hart
bewerkt.
Wat betreft de voorrechten van het
evangelie, zoals gemeenschap met Christus, wat geeft de
niet-wedergeboren mens daarom? Toegang hebben tot God, aanvaarding in de
Geliefde, aanneming in het gezin van God, hij weet niets van deze dingen
en wil er niets over weten. Geef hem voorspoed in zijn zaak en geluk in
zijn huis en hij is volmaakt tevreden, zonder de schatten van het verbond
der genade of een reddend belang in de Here Jezus Christus. U kunt hem tot
het evangeliefeest roepen, maar hij zal niet komen, want hij ziet niet
waarom hij zal komen. U kunt
hem uitnodigen, zoals u behoort te doen, maar hij zal zeggen: “Ik moet
naar m’n boerderij om m’n nieuwe juk ossen uit te proberen”; of,
“Ik moet naar mijn vrouw, die ik net getrouwd heb, dus ik vraag u, houd
mij voor verontschuldigd.” Hij zal alles liever doen dan naar het feest
gaan, dat de Eeuwige Liefde heeft bereid, omdat hij niet, totdat hij
wedergeboren is, de voorrechten kan waarderen die het evangelie hem
aanbiedt.
En broeders, “gij moet wederom geboren
worden”, omdat het onmogelijk voor u is ooit de hemel als een
niet-wedergeborene binnen te gaan. Op aarde kunt u geen vrede
hebben met God zonder de nieuwe geboorte. God zal Zich nooit verzoenen met
het vlees. Het is een vuil iets, dat weggedaan moet worden. De oude natuur
moet sterven en begraven worden. De inzetting van de doop der gelovigen is
bedoeld om ons die grote waarheid te onderwijzen. Het is niet het wegdoen
van de vuilheid van het vlees, dat werd gedaan door middel van de
besnijdenis, maar in het nieuwe verbond is het de begrafenis van geheel
het vlees. Het moet gerekend worden dood te zijn en begraven met Christus
en zo eens en voor altijd geheel weggedaan. O, dat de Heilige Geest dit in
een ieder van ons zou bewerken! “Vlees en bloed kunnen het Koninkrijk
van God niet beërven”, en dat wat, in onze psychische natuur, het vlees
genoemd wordt, kan het Koninkrijk van God niet beërven. Het moet sterven
en totaal worden weggedaan als een verdorven iets; we kunnen alleen de
hemel binnengaan door het bezitten van het hemelse leven, krachtens het
feit dat we in Christus Jezus tot nieuwe schepselen gemaakt zijn. Weet u,
geliefde vrienden, uit ervaring wat dit betekent?
Ik moet deze verdere opmerking maken, dat men
op geen enkele wijze aan deze noodzaak kan ontsnappen. U mag doen
wat u wilt, m’n geliefde toehoorder, en ik vertrouw erop dat u werkelijk
vurig zult zijn om de redding van uw ziel te zoeken, maar al hebt u uw
best hebt gedaan, uw uiterste best…. u
moet wedergeboren worden. Al zou u vanaf deze tijd uzelf ijverig inspannen
met het doorzoeken van de Schrift, toch moet u wederom geboren worden.
Hebt u nooit dat zeer sterke licht opgemerkt, waarin Christus die zaak van
het doorzoeken van de Schrift plaatst? Lees het goed, de tekst zegt:
“Gij onderzoekt de Schriften, want gij denkt daarin eeuwig leven te
hebben, en deze zijn het welke van Mij getuigen en toch wilt
gij niet tot Mij komen om leven te hebben.” Menig Bijbellezer is
tevreden met z’n Bijbellezen, maar hij komt nooit tot Christus; toch zal
het doorzoeken van de Bijbel niet voldoende zijn voor de redding. “Gij
moet wederom geboren worden.” Als u vanaf deze tijd zeer regelmatig werd
in het houden van de stille
tijd en voortdurend de openbare inzettingen bijwoonde, zou toch nog deze
verklaring blijven staan: “Gij moet wederom geboren worden.” Als u
gered moet worden, dan moet u een nieuw hart en een vaste geest hebben en
u kunt deze niet zelf verkrijgen. Een boom kan een nieuwe tak laten
ontspruiten, maar het kan zijn natuur niet veranderen, “Gij moet wederom
geboren worden, geboren van bovenaf”, zo vertelt onze Heiland het ons.
Er moet in u een werk tot stand worden gebracht dat onmogelijk is voor u,
een werk dat alleen God de Heilige Geest Zelf tot stand kan brengen, of
anders kunt u niet het gelaat van God zien, Die u aanneemt.
Ja, en gevoegd bij alles wat u kunt doen,
kunnen predikers misschien alles doen wat zij voor u kunnen doen, maar zij
kunnen u niet naar de hemel brengen, of u een kind van God maken; u moet
wederom geboren worden. Ik dank God voor welke opwekking dan ook, die
zuivere resultaten voortbrengt, welke dan ook, maar juist omdat ik mij
verheug in opwekkingen van het juiste soort, beef ik als ik denk aan de
vele veronderstelde bekeerlingen, die alleen maar bekeerd zijn tot
eigendunk en tot andere misleidingen en niet tot het echte geloof in Jezus
Christus. Ik gelast u, bij de levende God, een ieder van u, om niet te
vertrouwen op alleen maar opwinding of fantasie als fundament van de
redding. U moet tot nieuwe schepselen in Christus Jezus worden gemaakt;
juist uw natuur moet worden veranderd; de hele instelling, richting en
tendens van uw leven moet worden veranderd, en dat niet door menselijke
argumenten en overtuigingen, maar door de kracht van de Heilige Geest, of
anders kunt u het Koninkrijk van God niet binnengaan. Al de biddende
ouders, biddende leraars, biddende predikers en opwekkingspredikers ter
wereld kunnen geen enkele ziel redden. Deze moet wedergeboren worden en
wanneer deze wedergeboren is, bewerken zij het wonder niet; God kan hun
onderwijs zegenen, maar de Heilige Geest moet al de eer ervan hebben, want
Hij alleen bewerkt deze wondervolle verandering.
Laat me ook tot u zeggen dat er niets
ter wereld is, dat in de plaats kan staan van uw wederom geboren worden.
“Al zou uw ijver geen
uitstel kennen,
Al zouden uw tranen voor eeuwig stromen”,
dan nog zou
deze tekst waar blijven: “Gij moet wederom geboren worden.” Daar staat
het voor de poort van de hemel en aan een ieder van u wordt de vraag
gesteld: “Kunt u de bewijzen en de tekenen van de nieuwe geboorte laten
zien?” Als u dat kunt, mag u naar binnen gaan, maar als u dat niet kunt,
kunt u op geen enkele manier het Koninkrijk der hemelen binnengaan. Deze
noodzaak is zeer dringend voor u allen. Ik ervaar het alsof ik bij
sommigen van u zou kunnen blijven staan en huilen, terwijl ik tot u zeg:
“Gij moet wederom geboren worden.” Ik heb u steeds weer opnieuw
verteld van het toekomstige oordeel, maar het heeft geen invloed op u. Ik
heb over het leven, de dood en opstanding van Christus tot u gepredikt,
maar het raakt u niet. Binnenkort zult u op uw sterfbed liggen en niemand
zal u kunnen helpen, tenzij u wederom geboren wordt. Over een klein poosje
zult u in de eeuwigheid zijn en tenzij u wederom geboren bent, zult u voor
eeuwig uit de tegenwoordigheid van God verdreven worden naar de buitenste
duisternis, waar het geween zal zijn en het geklaag en het knarsen van
tanden. O heren, “Gij moet wederom geboren worden”, of anders zult gij
verdoemd worden! “Gij moet wederom geboren worden”, of anders kunt u
nooit staan temidden van de in het wit geklede menigten, die de lofprijs
van Jezus aanheffen. Bij de liefde die we u toedragen, verklaren wij dat u
wedergeboren moet worden. De tranen van een moeder, de gebeden van een
vader, de smekingen van een prediker, zij allen lijken tot God te roepen:
“Here, onze kinderen, onze toehoorders, moeten wederom geboren worden.
O, bewerk dit grote wonder ter wille van Uw liefde en genade!” Ik zou u
vermoeien wanneer ik op dit aambeeld bleef hameren, maar ik wil deze
waarheid tot uw ziel laten doordringen. Het maakt niet zoveel uit of u
zich herinnert wat ik zeg, of wat welke andere prediker dan ook zegt, want
wij kunnen dwalen, maar onze tekst dwaalt niet, het is de onfeilbare
waarheid; schrijft het op met hoofdletters: “GIJ
MOET WEDEROM GEBOREN WORDEN.”
II. Nu ten tweede, wil ik heel kort deze vraag beantwoorden: HEBBEN WE DEZE NIEUWE GEBOORTE ERVAREN?
Misschien zegt iemand: “Wel, ik werd
wederom geboren door de doop. Er is mij verteld dat ik door mijn doop tot
een lidmaat van Christus, een kind van God en een erfgenaam van het
Koninkrijk der hemelen werd gemaakt.” Ja, dat werd u verteld, maar ik
wil u deze ene vraag stellen, werd u dat werkelijk allemaal
gemaakt door uw zogenaamde doop? Ik werd besprenkeld, toen ik een kind
was, maar ik weet dat ik daardoor niet tot een lidmaat van Christus, een
kind van God en een erfgenaam van het Koninkrijk der hemelen werd gemaakt.
Ik weet dat er zoiets nooit in mij plaatsvond, maar dat ik, zodra ik kon,
ging zondigen en daarin bleef doorgaan. Ik werd niet wederom geboren, dat
weet ik zeker, totdat ik ongeveer vijftien jaar oud was, toen de Here
redding tot mijn ziel bracht door het werk van de wedergeboorte van de
Heilige Geest en zo werd ik in staat gesteld op Jezus te vertrouwen als
mijn Redder. U zegt dat uw gebedenboek u leert dat u werd wedergeboren bij
de doop, maar ik vraag u opnieuw: “Werd u dat?” Hebt u geleefd als
iemand die wedergeboren was? Hebt u van de dingen van God gehouden? Bent u
werkelijk een kind van God? Hebt u werkelijk de zonde gehaat en uw
vertrouwen op Christus gesteld? Als u dat hebt gedaan, dan ga ik geen
feiten loochenen, maar wanneer ik de drommen mensen zie, die zeggen
wedergeboren te zijn door de doop, die even slechte dronkaards, vloekers
en overspeligen en zelfs moordenaars blijken te zijn, als degenen die niet
besprenkeld zijn, dan kan ik werkelijk geen enkel vertrouwen stellen in
zo’n soort “doop”. Het feit is dat de wedergeboorte door de doop een
leugen is, een goddeloze uitvinding van het pausdom, zonder de geringste
waarborg in het Woord van God. Niemand is ooit wedergeboren door de doop,
en kan dat ook nooit. De wedergeboorte wordt in de Schrift altijd naast
het geloof geplaatst, zoals iedereen kan zien die de Schrift zal lezen
zonder vooroordeel, terwijl hij probeert de waarheid te leren kennen, die
daar wordt geopenbaard. Er is niets in de zogenaamde sacramenten waarop
een ziel kan rusten voor z’n redding. Als u gedoopt bent en zelfs als u
ondergedompeld bent, wat de enige echte doop is, dan moet u toch, tenzij
de Geest van God u heeft wedergeboren doen worden, “wedergeboren worden,
geboren van bovenaf”.
Iemand vraagt: “Hoe kan ik weten of ik
wedergeboren ben?” Wel, één van de eerste bewijzen van de
wedergeboorte is geloof in Jezus Christus, want overal waar er een
oprecht vertrouwen in Jezus Christus is, moet de nieuwe geboorte ervaren
zijn. Dit geloof werd door Christus beschreven als “het werk Gods”.
Toen Hem werd gevraagd: “Wat moeten wij doen opdat wij de werken Gods
mogen werken?”, antwoordde Hij: “Dit is het werk Gods, dat gij gelooft
in Hem, Die Mij gezonden heeft.” Tot Nicodemus zei Jezus: “Wie in Hem
gelooft, wordt niet veroordeeld.” Tot de Joden die Hem probeerden te
doden, zei Hij: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie Mijn Woord hoort en
gelooft in Hem Die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven.” Zo is dat
geloof het bewijs van het bezitten van dat nieuwe leven dat voor eeuwig
zal duren, dat leven dat wordt gegeven bij de wedergeboorte.
Een ander bewijs van de nieuwe geboorte is berouw.
Verdriet om de zonde is één van de zekere tekenen van de nieuwe natuur.
De pasgeboren christen haat de zonden die hij tevoren liefhad en hij
blijft ze haten; hoe langer hij leeft, hoe meer hij er berouw over heeft
dat hij ze ooit gedaan heeft. Zijn afkeer van de zonde groeit met z’n
groei in de genade, en de zonde is nooit zo akelig voor een mens als
wanneer hij het meest geheiligd is. Hoe dichter we bij de hemel komen, hoe
meer we er ons voor zullen schamen dat we ooit schuldig zijn geweest voor
God.
Oprecht gebed is een volgend
zeker bewijs van wedergeboorte. Wat werd er tot Ananias gezegd, over
Saulus van Tarsus, als bewijs dat hij een uitverkoren vat voor de Here
was? “Zie, hij bidt.” Het was niet tijdens een bidstond dat hij bad,
maar helemaal alleen, en de mens die de gewoonte heeft om contact met God
te hebben in het verborgen gebed, is een levend mens, want het gebed is de
levensadem van de ziel. Eén van de tekenen dat een pasgeboren kind leeft,
is gehuil en wanneer een mens tot God roept uit het diepst van zijn ziel,
dan weet u dat hij een levend kind is van de levende God.
U kunt ook weten of u wedergeboren bent door
uzelf nog een vraag te stellen: ervaart u een nieuw leven in u dat u
nooit eerder had? “Wel,” zegt iemand, “ik ervaarde nooit een
verandering waar ik weet van heb; ik was altijd goed.” Dan ben ik bang
dat u een verkeerde inschatting van uzelf hebt gemaakt en dat u nooit was
wat u “goed” noemt. “Wel,” zegt de eigengerechtigde mens, “ik
denk werkelijk niet dat er een noodzaak was voor zo’n soort verandering
als waar u tot nu toe over hebt gesproken.” Ach! Maar het is niet de
vraag wat u denkt; wat zegt de tekst? “Gij moet wederom
geboren worden.” “Maar,” zeggen anderen, “we hadden godvruchtige
ouders; er werd ons een uitnemend voorbeeld voorgehouden. Toen we kleine
kinderen waren, werden we meegenomen om het Woord te horen en we zijn ons
hele leven regelmatige bezoekers van de diensten geweest.” Dat alles
verandert het feit niet. “Gij moet wederom geboren worden”, of anders
zullen al deze voorrechten alleen maar uw verantwoordelijkheid doen
toenemen. Jezus zegt nog steeds tot u: “Tenzij gij u bekeert en wordt
als de kleine kinderen, zult gij het Koninkrijk der hemelen niet
binnengaan.” “Bekeert u en een ieder van u late zich dopen”, was het
antwoord van de apostel Petrus aan diegenen die vroegen wat ze moesten
doen om gered te worden. Bij iedereen is berouw noodzakelijk; er moet deze
radicale verandering zijn, die zal maken dat u verafschuwt wat u eens
liefhad en dat u liefhebt wat u eens verafschuwde. Ik durf geen enkele
jota of tittel van de absolute noodzakelijkheid van de zaak af te nemen,
want ik moet mij verantwoorden voor de rechterstoel van God, voor wat ik u
vertel. Als ik u één of andere ijdele hoop zou aanpraten waarvoor geen
vast fundament is, dan zou u zich tenslotte tegen mij kunnen keren en
zeggen: “U hebt ons bedrogen met het geloof dat we gered waren, terwijl
we dat niet waren.” Ik zal dat niet doen en daarom zeg ik tot u: “Gij
moet wederom geboren worden.”
Ervaart u dan dit nieuwe leven in u? Hebt u
verlangens die u nooit gewoon was te hebben? Hebt u hoop die u nooit
tevoren had? Hebt u angst die u nooit eerder had? In feite, bent u in een
nieuwe wereld terecht gekomen, waar de oude dingen verdwenen zijn en alle
dingen nieuw geworden zijn? Ervaart u het als die vrouw, die zei: “Of de
wereld is helemaal veranderd, of anders ben ik het”? En is dit het
resultaat van de verandering die in u heeft plaatsgevonden: hebt u God nu
lief, probeert u Hem nu te behagen, zijn de geestelijke dingen nu
werkelijkheden voor u, is het bloed van Jezus nu uw enige vertrouwen,
verlangt u nu heilig gemaakt te worden, zoals God heilig is? Als er zo’n
nieuw leven in u is, hoe zwak het ook moge zijn, al is het slechts als het
leven van een pasgeboren kind, dan bent u wederom geboren en mag u zich
verheugen in dat heerlijke feit.
“Ach!” zegt iemand, “ik ben bang dat
dit soort prediking erg ontmoedigend zal zijn voor een groot aantal
mensen.” Wel, hoe zal het hen ontmoedigen? “Het zal hen ontmoedigen te
proberen zichzelf te redden.” Dat is nu precies wat ik wil doen. Ik zou
hen niet alleen graag willen ontmoedigen om die onmogelijke taak te
proberen, maar ik zou ze hierover ook graag wanhopig willen maken. Wanneer
een mens er totaal aan wanhoopt zichzelf te kunnen redden, is het moment
gekomen dat hij tot God roept om hem te redden en zo geloof ik dat we een
mens geen betere dienst kunnen bewijzen dan hem te ontmoedigen ooit te
rusten op iets dat hij kan doen om zichzelf te redden.
“Wel,” zegt iemand anders, “maar dit
stimuleert dat zondaren naar binnen kijken.” Is dat zo? Heb ik ooit een
woord gezegd over zondaren dat ze naar binnen moeten kijken? Ik heb niet
gezegd dat u uzelf wedergeboren moet laten worden, maar ik heb gezegd dat
“u wedergeboren moet worden” door de krachtdadige werking van de
Heilige Geest. Dat brengt zondaars er zeker niet toe om naar binnen te
kijken. Het maakt dat ze naar boven kijken, naar Iemand Die oneindig hoger
is dan zijzelf. Het feit is, geliefde vrienden, dat de prediking van de
noodzaak van de nieuwe geboorte voortgezet moet worden, omdat het waar is.
Het staat in het Woord van God, en omdat het daar staat, staat het daar
met een heel duidelijk doel, en het moet niet naar de achtergrond worden
geschoven; zo moet het niet behandeld worden. Ik geloof dat, overal waar
het werk van de genade in de ziel is, de prediking van de noodzaak van de
nieuwe geboorte dat werk verdiept. Ik weet dat een groot aantal mensen
belijdt tot Christus te komen en ik hoop dat ze werkelijk tot Hem komen,
hoewel zij nooit hebben ervaren wat sommigen van ons ervaarden, toen we
onder overtuiging van zonde waren. Wel, als zij tot Christus zijn gekomen,
is het goed en ben ik er blij om, maar ik ben nog steeds een gelovige in
het ouderwetse soort bekering en ik denk niet dat er veel nieuwe geboorten
zijn zonder weeën, of dat er veel zielen tot Christus komen zonder de
schrik van het geweten en veel hartsverdriet ten gevolge van de zonde.
Toen ik bekeerd werd, waren zondaren gewoon om op deze wijze tot Christus
te komen. In geloof zagen ze op Hem Die zij doorboord hadden door hun
zonden en ze rouwden om Hem als iemand die bitter verdriet heeft om zijn
eerstgeborene. Ik denk dat ik zelden een bekering goed terecht heb zien
komen, waarvan het fundament niet was gelegd in een bepaalde mate van
afkeer van de zonde, het verafschuwen van het ‘ik’ en de totale
wanhoop aan enige redding, behalve dan door de soevereine genade van God.
Bedenk broeders, dat “wat uit het vlees geboren is, vlees is”, en
niets beter en dat “al het vlees is als gras en al de heerlijkheid van
de mens als een bloem van het gras. Het gras verdort en de bloem valt
af”; het is alleen het Woord van de Here en het werk van de Here dat zal
blijven tot in eeuwigheid. Daarom bid ik, dat, als er überhaupt enig werk
in u is, het Gods werk mag zijn en niet mijn werk of het werk van een
vurig mens, die probeert u aan te sporen, maar het echte werk van God de
Heilige Geest van het begin tot het einde.
Als ik in een toestand van zorg was over mijn
ziel en ik had zo’n preek als dit gehoord, dan zou het me doen ervaren:
“O, hoezeer ben ik afhankelijk van de Geest van God!” Het zou me
dwingen vanuit het diepst van mijn ziel dit gebed op te zenden: “O Here,
redt mij!” Ik denk dat het me zou aanzetten om in wanhoop iets te doen
om mijzelf te redden, dat ik mij in de armen van de Heiland zou werpen,
opdat Hij mij van die Geest zou geven, waardoor ik wedergeboren moet
worden. Bedenk dat op het ogenblik wanneer een zondaar dat doet, hij
wedergeboren wordt. Zodra hij zichzelf werpt op Christus, is hij
overgegaan van de dood in het leven en het wonder van de wedergeboorte is
in hem bewerkt.
Ik denk, geliefde vrienden, dat wanneer we
ernstig de noodzaak van de wedergeboorte prediken, het een goed effect
heeft op het omverwerpen van alles wat verkeerd is in de mensen en het
meeste, zo niet alles wat voorkomt uit de menselijke eigenschappen, is
verkeerd. U kunt paddestoelen laten groeien uit bijna elk vuil wat u maar
kiest om neer te leggen, maar de Roos van Saron heeft een ander soort
bodem nodig; u kunt gemakkelijk mannen en vrouwen voortbrengen die zeggen
dat zij christenen zijn en die een maand of twee erg vurig zijn en dan
weer terugkeren tot de wereld. Het is alleen de Heilige Geest, Die dat
leven kan scheppen wat eeuwig is. In het geval van degenen die alleen maar
belijders zijn, heeft een klein beetje vermaning het effect dat ze
weggaan, omdat ze beledigd zijn, maar zo is het niet met de echte
bezitters van de genade. Datgene wat door onze hemelse Vader is geplant
zal nooit worden ontworteld, maar het zal alle testen doorstaan, die er op
uitgevoerd mogen worden. Ik weet dat, toen ik voor een gesprek naar de
prediker ging over het belijden van mijn geloof in Christus, ik hoopte dat
hij mij zou testen, beproeven en uitproberen, want ik wilde dat hij me zou
doorzoeken of ik een huichelaar was of een zelfmisleide en ik denk dat
elke oprechte bekeerde er precies zo over denkt als ik. We willen geen
oppervlakkig werk, we willen niet dat het werk wordt afgeraffeld, we
willen dat het grondig gedaan wordt, zodat het zal blijven tot in alle
eeuwigheid. Ik wil geen enkele vrede hebben behalve de echte vrede door
het kostbare bloed van Jezus. Om te roepen: “Vrede, vrede”, terwijl er
geen vrede is, is iets vreselijks; dat zal zeker eindigen in een
overweldigende wanhoop, of anders in de dodelijke aanmatiging die nog
erger is.
Ik ben er zeker van, dat de prediking van de
noodzaak van de wedergeboorte één van de meest krachtdadige manieren is
om de zaak van satan te benadelen, want niets anders zal van nut zijn voor
de bekering van een groot zondaar, een bendeleider in het leger van de
duivel. John Bunyan zei een keer iets heel vreemds. Hij zei dat hij grote
hoop koesterde voor de generatie die op de zijne volgde, omdat de jonge
mannen in zijn tijd zo goddeloos waren. Hij dacht dat, als zij gered
werden – en hij verwachtte dat velen van hen dat werden, – zulke grote
zondaars als zij waren geweest ook grote heiligen zouden worden. Hij wist
wat hijzelf geweest was en wat de genade van God van hem had gemaakt; dat
gaf hem hoop voor anderen. Het was een vreemde manier om het zo te zeggen,
maar hij had gelijk en als de Here hier één of andere grote zondaar nam
en hem veranderde in een heilige, wat voor een grote verandering zou dat
in zijn huis teweeg brengen! Misschien zou het een hele kerkelijke
gemeente beïnvloeden. Ik heb sommige leiders in de zonde gekend, wier
bekering werkelijk een wondervolle invloed had op de hele landstreek waar
ze woonden; zij, die gewoon waren met hen te drinken en te boemelen,
hebben tegen elkaar gezegd: “Heb je gehoord wat er is gebeurd met de
oude Tom?” “Nee, wat is er met hem aan de hand?” “Wel, hij zegt
dat hij bekeerd is! Onlangs kwam ik hem tegen en ik zei tegen hem: ‘Wat
is het laatste nieuws?’, en hij zei tegen me: ‘Het beste nieuws dat ik
ooit gehoord heb is dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om zondaren
te redden, waarvan ik de voornaamste ben.’ Ik snap er niets van, wat er
met hem gebeurd is.” Dan zegt iedereen: “Er is iets in die godsdienst
dat hem te pakken heeft.” Ik herinner me goed de tijd in m’n eerste
pastoraat, toen de grootste dronkaard in Waterbeach zich bij de gemeente
voegde. Zijn bekering maakte het gebouw meteen overvol; de mensen zeiden:
“Wel, als de bediening van die jongeman een zegen is geweest voor zo’n
oude zondaar als hij, dan zit er iets bijzonders in, daar kun je zeker van
zijn”, en ze kwamen uit nieuwsgierigheid het Woord horen. De beste
jachtopzieners zijn zij, die vroeger stropers waren en de beste predikers
voor grote zondaren zijn zij, die vroeger net waren als zijzelf. Zij
kennen de bijzonderheden van een zondarenhart, en zij kunnen uit ervaring
spreken in plaats vanuit de theorie. Wanneer een mens in het vuur is
geweest en nog steeds de geur ervan aan zich heeft, is hij degene om
anderen te waarschuwen niet met vuur te spelen en door middel van zulke
zondaren, gered door genade, schudt God het koninkrijk van satan tot in
het centrum en brengt zondaren daaruit over in het Koninkrijk van Zijn
Geliefde Zoon. Zulke bekeringen als deze kunnen
net als alle echte bekeringen alleen maar bewerkt worden door de Heilige
Geest.
Ik vraag u allen de Heilige Geest te
aanbidden; denk altijd aan Hem met de diepste eerbied. Christenmannen en
vrouwen, die levend gemaakt zijn door Zijn kracht, roept Zijn Macht in om
op u te rusten, steeds wanneer u uitgaat in het werk van God, want zonder
Hem kunt gij niets doen. Bidt in de Heilige Geest, predikt in de Heilige
Geest en gelooft niet in de bekering van een enkele ziel los van de Geest
van God. Gaat en predikt: “Stel uw vertrouwen op de Here Jezus Christus
en gij zult behouden worden”, zo volledig en zo vrij als u maar kunt,
maar bedenkt dat uw prediking op zich geen enkele ziel uit haar verloren
toestand kan opheffen. Dit zal uw troost zijn, dat de Geest van God met u
zal werken en door u zal werken, als u zich op Hem verlaat en geheel van
Hem afhankelijk bent. Ik vertel u zondaren, u allen, zonder uitzondering,
dat als u tot Jezus Christus wilt komen en eenvoudig op Hem vertrouwt, u
redding zult ontvangen en meteen zult ontvangen, maar mijn vertrouwen op
enig resultaat van mijn verkondiging van het evangelie is niet gebaseerd
op mijn hoop dat u welwillend genoeg zult zijn om te komen, of op mijn
vertrouwen dat mijn manier van het brengen van de waarheid u ertoe zal
leiden om tot Christus te gaan. Nee; ik heb geen greintje vertrouwen, noch
op u noch op mijzelf, maar ik heb dit vertrouwen, dat als ik naar waarheid
Jezus Christus predik en Hem gekruisigd, Hij zondaren tot Zich zal
trekken, en ik geloof dat Hij sommigen uit deze samenkomst zal redden,
hoewel ik niet weet wie het zullen zijn. U bent hier als een hoop
ijzervijlsel en as voor mij; het is niet mijn zaak u af te zonderen. Mijn
zaak is het om er een magneet in te steken en die zal het doen. U, die
Christus wilt aannemen als uw Heiland, mag Hem hebben; u die Hem niet wilt
aannemen, moet omkomen in uw zonde, maar als u echt Christus aanneemt,
komt dat omdat de Geest van God u ertoe gebracht heeft dat te doen en u de
nieuwe geboorte gegeven heeft, die u in staat stelt het te doen. Als u Hem
verwerpt, zal uw bloed voor eeuwig op uw eigen hoofd zijn. Dit is een
ernstige zaak; ik hoop dat datgene wat ik gezegd heb, u zal doen denken
dat het zo is, en dat, voordat u naar uw bed gaat, u de gedachte van u af
zult schudden dat dit een zeer geringe zaak is waar u voor kunt zorgen,
wanneer u maar wilt en dat u ermee kunt spelen zolang u daar zin in hebt,
en dat, in plaats daarvan, een ieder van u zal zeggen: “O God, ik zie
dat alleen U mij kunt redden! U kunt mij verpletteren, of U kunt mij
redden. Ik heb geen recht op U. Als u mij vernietigt, zult U rechtvaardig
zijn; redt mij toch Here, ter wille van Uw geliefde Zoon!” Amen.
©
Copyright vertaling 2007 B. Kroeze, Doldersum.
Alle rechten voorbehouden. info@mannavoorpelgrims.nl
Zie voor copyrightregels: www.mannavoorpelgrims.nl
|