|
|
GEMEENSCHAP
MET CHRISTUS – EEN LOUTERENDE TOESPRAAK.
Printversie: 
Een
toespraak bedoeld om te lezen op zondag 1 april 1900 gehouden door C.H.
Spurgeon op een donderdagavond, vroeg in het jaar 1858.
“Kunnen
er twee samen wandelen, zonder dat ze het eens geworden zijn?” – Amos
3:3
(King James Version)
De
uitdrukking “samen wandelen” wordt in de Schrift vaak gebruikt als een
beeld van gemeenschap. “Henoch wandelde met God: en hij was niet meer;
want God nam hem op.” Gemeenschap, als die grondig en volkomen is, houdt
activiteit in. Het is
niet alleen maar overpeinzing, het is actie. Vandaar dat we zien, voor
zover wandelen een actieve bezigheid is en wandelen met een mens
gemeenschap met hem is, ja, actieve
gemeenschap met hem is, hoe wandelen het beeld wordt van echte
gemeenschap met Christus. Een oude Puritein zei: “Er staat niet dat
Henoch tot God terugkeerde en Hem daarna weer verliet, maar dat hij
‘wandelde met God’.” Zijn hele reis door had hij God als zijn
Metgezel en leefde hij in voortdurende omgang met zijn Maker.
Er
is ook een andere gedachte vervat in de uitdrukking “samen wandelen”.
Het is niet slechts een activiteit, maar het is iets wat voortduurt. Dus echte gemeenschap met Christus is niet alleen
maar bij vlagen, niet zomaar een opwindende gebeurtenis van vervoering,
maar als het het werk van de Heilige Geest is en als een gezonde ziel er
zich in verheugt, dan zal het iets aanhoudends zijn.
Het
houdt ook voortgang in:
want bij het samen wandelen tillen we niet onze voeten op en zetten ze dan
op dezelfde plaats neer, maar we gaan verder naar het einde van onze reis;
wie werkelijk gemeenschap met Christus heeft, boekt voortgang. Het is
waar, dat Christus niet verder kan gaan in de richting van de
uitnemendheid, want Hij heeft de volmaaktheid al bereikt, maar hoe dichter
we bij die volmaaktheid komen, hoe meer gemeenschap we met Jezus hebben;
tenzij we voortgang hebben, tenzij we kinderlijker in het geloof proberen
te worden, meer onderwezen in kennis en ijveriger in de dienst, tenzij we
meer ijver en vuur zullen zoeken te krijgen, zullen we merken dat we, door
zo stil te staan, de aanwezigheid van de Meester verliezen, want het is
slechts door het blijven volgen van de Here, dat we doorgaan met Hem te
wandelen. Het zal u daarom heel vlug opvallen hoe het wandelen met iemand
een uitnemend beeld is van de gemeenschap met hem en hoe de uitdrukking
“wandelen met God” de beste uitdrukking is voor de gemeenschap met
God. Daarom houdt onze tekst in, alleen al vanwege de vorm, dat twee niet
samen kunnen wandelen, tenzij zij het met elkaar eens geworden zijn; het
leert ons daarom dat, tenzij we het eens geworden zijn met Christus, wij
de aangename toestand van de gemeenschap met Hem niet kunnen bereiken.
We
zullen ten eerste opmerken de
overeenstemming die hier wordt genoemd; we zullen ten tweede
proberen op te merken de
noodzakelijkheid voor deze overeenstemming en dan ten derde,
zullen we alle christenen vragen deze
overeenstemming met Christus te zoeken opdat zij een
volledige gemeenschap met Hem mogen hebben.
Ik
richt me nu niet zozeer tot de wereld buiten als wel tot de gemeente
binnen. Wanneer we het evangelie van de redding prediken, prediken we dat
aan de wereld, maar de gemeenschap is als het Heilige der Heiligen. De
redding zelf lijkt slechts de voorhof van de priesters te zijn, maar de
gemeenschap is de binnenste plaats, dat wat binnen het voorhangsel is,
waar niemand anders mag komen dan de christen.
I. Ten eerste dan, christen, we zullen proberen u te laten zien WAT
DE OVEREENSTEMMING IS, die er moet bestaan tussen uw Here en uzelf,
voordat u met Hem kunt wandelen. We willen dit op een zeer eenvoudige
wijze doen. We zullen ons aan het beeld houden en zien dat er bepaalde
dingen noodzakelijk zijn om iemand in staat te stellen met een ander te
wandelen.
Ten eerste dan, het is geheel zeker dat, als
wij met Christus willen wandelen, wij
op hetzelfde pad moeten wandelen. Twee mensen kunnen niet samen
wandelen als de één z’n hoofd in de ene richting wendt en de ander
z’n hoofd in de tegenovergestelde richting. Als iemand zich naar rechts
zou wenden en de ander naar links, dan kunnen ze niet samen wandelen.
Hoewel ze bij hetzelfde doel kunnen belanden langs kronkelende wegen,
kunnen ze niet samen wandelen, tenzij ze op dezelfde weg wandelen. Het is
waar dat ze een beetje met elkaar kunnen spreken, zelfs als ze een paar
meter bij elkaar vandaan zijn, maar als iemand aan de ene kant van de weg
loopt en de ander aan de andere kant, dan zouden we denken dat hun
gemeenschap nogal afstandelijk is en hun liefde nogal kil. Maar hoe
dichter ze bij elkaar op precies dezelfde weg wandelen, hoe meer ze omgang
met elkaar kunnen hebben.
Nu,
kind van God, hoewel u niet gered kunt worden door uw goede werken en uw
redding niet afhangt van uw werken, bedenk dat uw gemeenschap dat wel
doet. Het is onmogelijk voor u om gemeenschap met Christus te hebben,
tenzij u gehoorzaam bent aan Zijn geboden. Laat een christen dwalen en hij
zal doorstoken worden met veel verdriet. Laat het kind van God de weg van
God opgeven, laat hem, helaas! zoals wij dat vaak doen, via de plank de
sloot oversteken naar het Zijpad door het Weiland en hij zal z’n Meester
niet met zich meekrijgen op dat Zijpad door het Weiland.
Als we eigengereid zullen zijn en onze eigen weg zullen kiezen, dan moeten
we ons eigen pad alleen gaan. Als om één of ander ogenschijnlijk
plezier, of om het denkbeeldige voordeel, wij in plaats van de Vurige
Wolkkolom te volgen, de willekeur van onze eigen verlangens volgen, dan
zullen we alleen hebben te gaan en ook nog in het donker. Christus zal
overal met ons meegaan waar de plicht ons roept. Als de plicht ons zou
roepen in de brandende vurige oven, dan zal de Zoon des mensen daar zijn;
als het ons zou brengen in het hol van de leeuw, dan zal Hij daar zijn om
de muilen van de leeuwen te sluiten. Hij zou niet met Daniël daarheen
zijn gegaan als Daniël door veronachtzaming van de plicht geprobeerd zou
hebben de dreigende veroordeling te ontlopen. Hoewel de Here met Sadrach,
Mezach en Abednego mee wilde gaan in de hitte van de brandende oven, zou
Hij toch, als ze voor het beeld hadden gebogen, daar niet met hen zijn
meegegaan. “Als gij tegen Mij ingaat,” zegt de Here, “zal Ik tegen u
ingaan.”
Hier
moet ik goed uitleggen wat ik heb gezegd, opdat ik niet verkeerd begrepen
word. Ik bedoel niet dat Christus Zijn volk in de steek laat om hen te
vernietigen, maar Hij laat ze in de steek om zo hun gemeenschap met
Hemzelf weg te nemen. Want opnieuw herhaal ik, dat hoewel de redding niet
afhankelijk is van goede werken, de gemeenschap deze afhankelijkheid wel
heeft en niet tussen Christus en de ziel ervaren kan worden, als die ziel
vol is van zonde. Een mens kan misschien veel zonde in zich hebben en toch
een gered mens zijn; veel zwakheid en onvolkomenheid kleeft ons allen aan.
Maar als wij in zonde leven, als wij op één of andere manier de geboden
van God overtreden, dan zal in de mate van onze zonde, ook de mate van
scheiding er zijn tussen onze ziel en Christus. De zonde hoeft ons
misschien niet te doden, maar het zal ons ziek maken; het zal de
rechterhand van Christus onder ons vandaan halen. Zorg er daarom voor
christen, dat u wandelt in de voetstappen van uw Meester, span u in om
gehoorzaam te zijn aan Zijn wet en leef nuchter en godvruchtig temidden
van een ontaard en verkeerd geslacht. Wees als Kaleb, die de Here volledig
volgde. Streef ernaar om op alle manieren Zijn wil te leren kennen en die
dan ook te doen; vervolg uw reis op al de vastgestelde wegen van uw Here.
Denk aan al Zijn inzettingen en volbreng elk gebod van Hem; geef uzelf
over aan elke schikking van uw lot, dat van Hem komt; wees niet als het
paard of het muildier, dat geen begrip heeft, en wiens bek in toom
gehouden moet worden met bit en toom, opdat zij u niet te na kome, maar
word geleid door het eigen oog van de Here, wandel op de weg van Zijn
geboden en u zult het een vreugdevolle weg vinden. Dit is het eerste punt;
zij die samen wandelen, moeten dezelfde weg gaan.
Verder,
bij het gaan op dezelfde weg, moeten
ze gaan vanuit hetzelfde motief. Twee personen kunnen op dezelfde
weg gaan, maar veronderstel dat ze zeer verschillende doelen hebben. Daar
is een advocaat die zij aan zij wandelt met de man die hij gaat kaal
plukken. Laat de arme man weten dat hij aan het eind van zijn reis beroofd
zal worden en er zal geen enkele gemeenschap tussen de twee reizigers
zijn. Veronderstel dat twee mannen samen gaan en dat de één een
rechtszaak wil aanspannen tegen de ander, dan zal er geen enkele
gemeenschap tussen hen zijn. Veronderstel dat ze met elkaar willen gaan
vechten, dan zal er geen enkele gemeenschap tussen hen zijn. Veronderstel
dat de twee naar dezelfde verkiezingsstrijd gaan en van plan zijn op
tegengestelde kandidaten te stemmen, dan zullen ze waarschijnlijk geen
leuk gesprek met elkaar hebben, hoewel ze wel op dezelfde weg gaan. Het is
dus nodig dat we niet alleen op dezelfde weg gaan, maar ook dat we
hetzelfde motief hebben.
Misschien
vraagt u: “Is het mogelijk dat we met Christus op dezelfde weg gaan en
toch niet dezelfde beweegreden hebben?” Zeker, dat is zo. U ziet een
mens die helemaal heilig lijkt te zijn als christen; hij lijkt even
gehoorzaam aan de Here te zijn als de mens, die werkelijk de Meester
volgt. Wat betreft de ceremonieën is hij de eerste om ze na te komen; en
wat betreft de regels van de moraal, daar houdt hij zich zeer nauwgezet
aan, maar vraag hem waarom hij dit alles doet en hij zegt dat het is,
omdat hij daardoor zijn ziel wenst te redden. Onmiddellijk zijn Christus
en hij op gepaste afstand; Christus noemt zo’n iemand een antichrist en
ze zijn gezworen vijanden. U probeert uzelf te redden, nietwaar? Dan moet
u een redder zijn, terwijl Christus Redder is; dan zijn u en Hij met
elkaar in vijandschap, maar als u op deze weg reist om door genade gered
te worden en ernaar verlangt uw dankbaarheid te tonen met uw lippen en in
uw leven, dan wenst u niet het Koninklijke of Priesterlijke ambt van
Christus van iets van zijn waardigheid te beroven; u wenst niet uzelf aan
te stellen als een andere koning in Sion. Maar als u wandelt op deze weg
met een motief dat tegen Christus ingaat, dan kunt u geen enkel contact
met Hem onderhouden.
Er
is een zeer gezegende gemeenschap met Christus, die genoten wordt in het
Avondmaal des Heren, maar als iemand tot de tafel des Heren komt met
alleen maar de gedachte dat het hem goed zal doen en zijn ziel zal redden,
dan is er geen gemeenschap met Christus voor hem, omdat dat niet het doel
van Christus is. Zo is het ook met de doop. Die inzetting is een gezegend
middel van gemeenschap met Christus in Zijn dood en begrafenis, maar als
iemand verlangt om gedoopt te worden, in de veronderstelling dat de
naleving van de inzetting zijn ziel zal redden, dan is er geen
gemeenschap. Als iemand meer aan de daad toeschrijft dan dat Christus
eraan toegeschreven heeft en als de man vindt dat het daarom onze plicht
is de daad uit te voeren, dan zal op het moment dat de man veronderstelt
dat er enige kracht in het water zit en in het begraven worden van het
lichaam daarin, de gemeenschap ophouden, want tenzij we tot iets komen met
het motief van Christus, of met een motief dat in overeenstemming is met
het hart van Christus, zijn we niet in staat om met Hem te wandelen. Twee
kunnen niet samen wandelen, tenzij ze het met elkaar eens geworden zijn,
niet alleen wat betreft de weg waarop ze wandelen, maar ook wat betreft
het doel waarmee ze op die weg wandelen.
Nogmaals,
twee personen kunnen op dezelfde weg wandelen en ze kunnen met hetzelfde
doel wandelen en toch kunnen ze
niet met elkaar spreken, tenzij ze met hetzelfde tempo reizen. Als
iemand vanavond erg snel naar huis reist en iemand anders, die in
hetzelfde huis woont, gaat langzaam kruipend naar huis, dan zullen ze
misschien door dezelfde straten gaan; toch zullen ze niets tegen elkaar
zeggen, omdat de één veel eerder thuis zal zijn dan de ander. Dus moeten
we het ook eens worden wat betreft het tempo waarmee we reizen. Hoe komt
het dat veel christenen geen gemeenschap met Jezus hebben? Het komt, omdat
ze zo langzaam naar de hemel reizen, dat de Here Jezus hen achter Zich
laat. Ze zijn zo lauw, zo koud, zo onverschillig, ze hebben zo weinig
ijver, zo weinig liefde en hebben zo weinig echt verlangen om God te
verheerlijken, dat het snelle hart van Jezus niet in bedwang gehouden kan
worden om met hen te treuzelen.
“O,”
zegt iemand, “ik reis zo snel als ik kan, maar ik ben slechts een arm
zwak schepsel; ik kruip vaak terwijl ik andere zie rennen en wanneer ik
ren, dan zie ik vaak anderen vliegen.” Geliefden, Christus meet uw
wandel niet af aan de snelheid waarmee u gaat. Als het uw wens is om traag
te zijn, dan zal de Here Jezus u achterlaten en voor u uit reizen; u zult
waarschijnlijk de zweep van de beproeving achter u vinden, die uw ziel
aanspoort om sneller te reizen. John Bunyan heeft een goed voorbeeld:
“Als u een knecht erop uitstuurt om medicijnen te halen en hij gaat zo
snel als hij kan, dan rijdt hij misschien op een scharminkel van een paard
en hij kan die niet sneller laten lopen, maar de meester meet het tempo
van de snelheid waarmee het paard gaat, niet daaraan af, maar hij meet het
af aan de mate waarmee de knecht het paard aanspoort om voort te gaan en
hij zegt: “Die man zou snel gaan als hij dat zou kunnen; als je hem op
een paard zou zetten dat wat energie in zich had, dan zou hij zo terug
zijn en de medicijnen brengen.” Zo is het met ons arme vlees en bloed.
Het is een beroerd tempo, waarmee we kunnen gaan als we op zo’n armzalig
iets moeten rijden, maar de Here Jezus meet ons tempo af, niet aan de hand
van de werkelijke afstand die is afgelegd, maar aan onze verlangens.
Wanneer Hij ons in het gebed als het ware ziet schoppen en de sporen geven
en aan de teugels trekken en ons inspannen ons arme vlees en bloed tot
iets van ijver en toewijding te brengen, dan aanvaardt Hij de wil als de
daad en Christus blijft staan om zelfs met ons gemeenschap te hebben, die
zulke arme discipelen zijn. Maar laat ons verlangen koud zijn, laat ons
lui worden, laat ons weinig of niets voor Christus doen, dan is het niet
te verwonderen als de Here Jezus zegt: “Deze man let niet op Mijn
woorden en houdt Mijn geboden niet; Ik zal geen maaltijd met hem houden en
hij zal geen maaltijd met Mij houden. Ik zal hem genoeg troost geven om in
leven te blijven; Ik zal hem genoeg geestelijk voedsel geven om zijn ziel
voor de echte hongerdood te bewaren, maar Ik zal hem op een schraal dieet
zetten, totdat hij naar Mij terugkeert met z’n gehele vastberaden hart
en dan zal Ik hem aan Mijn boezem nemen en hem Mijn liefde laten zien.”
Er
is nog iets. U kunt zich voorstellen dat twee personen op dezelfde weg
reizen, met dezelfde bedoelingen en met hetzelfde tempo; toch kunnen ze
niet samen wandelen om omgang met elkaar te hebben, omdat
ze elkaar niet mogen. Als er geen liefde is (en dat is misschien
de meest volledige betekenis van de tekst), dan kan er geen gemeenschap
zijn. Tenzij twee het van harte met elkaar eens zijn, kunnen ze niet samen
wandelen. U kent misschien een paar van onze zeer uitnemende
Hyper-Calvinistische vrienden. Nu, veronderstel dat één van hen een
Arminiaan tegenkomt, dan kunt u zich geen enkel moment indenken, dat er
enig gesprek tussen hen zal zijn, behalve dan gekibbel en het beledigen
van elkaar. Veronderstel dat er een goede Strict Baptist broeder spreekt
tot ons, die bredere principes hebben. Hij slaat ons met zijn zware wapens
en hakt ons om vanwege de grote zonde dat we allen liefhebben, die de Here
Jezus Christus liefhebben en aan de tafel des Heren allen welkom heten van
wie wij geloven dat de Here hen ontvangen heeft. Maar wat betreft de
gemeenschap is onze broeder verplicht aan de andere kant van de weg te
gaan; er moet, zo denkt hij, een beetje afstand en een beetje verschil
bewaard blijven, om de eer van z’n eigen gezichtspunten. En we weten dat
er bepaalde broeders zijn, die een bijzondere aanstotelijkheid van
temperament hebben; ze lijken bedekt te zijn met stoppels en scherpe
stekels, om daarmee elke persoon te ergeren en te prikken, die in hun
buurt komt. U kunt geen omgang met hen hebben; het is voor u onmogelijk om
met hen op dezelfde weg te wandelen, want u zou het beter vinden de hele
weg vrede te hebben en zij zouden zeker verkeerd begrijpen wat u zegt. Er
moet een overeenstemming van hart zijn, een overeenstemming van mening, of
anders kunnen twee niet samen wandelen.
O,
gelovigen, bent u het van harte eens met de Here Jezus? Zeg eens, hebt u
Christus lief en acht u Hem hoog? Probeert u Hem steeds te verheerlijken
en spreekt u goed van Zijn Naam? Vindt u Hem de Schoonste onder
tienduizend, en volkomen liefelijk? Ervaart u dat Hij ook een goede mening
over u heeft? Heeft Hij tot u gezegd: “Gij zijt geheel en al schoon Mijn
liefste; er is geen vlek op u”? Heeft Hij zachte woorden tot uw hart
gesproken, die u hebben laten denken dat Zijn innerlijke ontferming naar u
uitgaat? Ach, dan is gemeenschap gemakkelijk tussen u en uw Here, want uw
beide zielen zijn gebonden in dezelfde bundel des levens; daarom is het
mogelijk voor u en Christus om samen te wandelen. Hebben u en Hij dezelfde
mening? Zijn de woorden van Christus uw leer? Hebt u geleerd om alle
godgeleerdheid los te laten behalve dat wat kwam van Jezus? Kunt u van Hem
zeggen: “Hij is mijn enige Rabbi, mijn enige Leraar in de wet en het
evangelie; ik zou met Maria aan Zijn voeten kunnen zitten en Zijn woorden
ontvangen en alles geloven wat Hij heeft gesproken als de waarheid van
God”? Als dat zo is, gelovige, dan is de gemeenschap tussen u en
Christus gemakkelijk; want, wanneer twee overeenstemmen in gedachten,
bedoeling, weg en gevoel, dan kunnen ze samen wandelen.
Ik
heb zoveel tijd genomen voor dit eerste punt dat de andere twee punten
maar erg kort aangeduid kunnen worden.
II. Het tweede punt moest zijn: DE NOODZAAK VAN DEZE
OVEREENSTEMMING.
Ten
eerste, Christus zal niet met ons wandelen, tenzij wij het met Hem eens
geworden zijn, omdat, als Hij dat
wel deed, het een smet op Zijn eigen eer zou werpen; nee, meer dan
dat, het zou een loochening van Zijn eigen natuur zijn. Zou Christus
overeenstemming bereiken met Belial? Zou Hij contact gaan zoeken met
diegenen, die zich overgeven aan de lusten van het vlees en die
ongehoorzaam zijn aan Zijn geboden? Het zou een slecht schouwspel zijn als
de zoon van de koning arm in arm zou wandelen met de verraders. We zouden
het geen goed teken vinden als we de hoogsten van het land om zagen gaan
met de laaghartigsten. Christus houdt er een goed gezelschap op na en als
ons hart niet gereinigd is door de Heilige Geest, zal Hij helemaal niet
tot ons komen. Hij zal zelfs niet bij Zijn eigen kinderen blijven zolang
zij de zonde koesteren. Nodig de duivel uit in de voorkamer van uw hart en
Christus zal niet komen. Nee, het zou afbreuk doen aan Zijn eigen
waardigheid, het zou een belediging van Zijn eigen aard zijn om dat te
doen. Geef uw hart over aan de bevrediging van één of ander ambitieus
verlangen en u kunt de Heiland niet de belediging geven Hem uit te nodigen
om tot u te komen. In ons eigen huis nodigen we niet twee personen uit,
die in vijandschap met elkaar zijn; is het waarschijnlijk dat Christus
daar zal komen waar de zonde regeert, of wordt vertroeteld, of waar men
zich daaraan overgeeft? Nee broeders, Hij weet dat er zonde is in het
beste menselijke hart, maar zolang het onderdrukt wordt en zolang Hij ziet
dat het ons verlangen is die te overwinnen, zal Hij er komen, maar wanneer
Hij de zonde gekoesterd en gevoed ziet op de plaats die Zijn eigen paleis
dient te zijn, wanneer Hij de eigenaardigheid en de zelfverzekerdheid daar
gekoesterd ziet, dan zegt Hij: “Ik zal daar niet naar terugkeren, totdat
zij berouw hebben van hun zonden.”
Er
is nog een reden waarom u niet met Christus kunt gaan tenzij u het met Hem
eens geworden bent en dat is omdat
u zelf daar niet toe in staat bent. Tenzij uw ziel in
overeenstemming is met Christus, tenzij in motief en bedoeling en wil, u,
voor zover mogelijk, bent als uw Meester, kunt u niet opklimmen tot de
waardigheid van de omgang met Hem. Omgang met Christus is een groot
voorrecht; geen mens kan die bereiken zolang als hij zich overgeeft aan
slechte plannen of slechte verlangens. Het hart moet gelijk worden aan het
beeld van Christus, het moet gereinigd en vernieuwd worden door de Heilige
Geest, of anders raakt ze haar vleugels kwijt en is ze niet in staat op te
stijgen naar de hoge plaatsen der aarde, waar Christus aan Zijn volk Zijn
liefde toont.
Er
is nog een reden waarom Christus geen gemeenschap met ons zal hebben
tenzij we het met Hem eens geworden zijn, namelijk, voor
ons eigen bestwil. Christus kan en zal geen lieflijke omgang met
Zijn volk hebben, tenzij ze in harmonie met Hem zijn. Als christenen
afdwalen van het pad van Christus en van Zijn wegen afvallig worden en als
Christus hen dan nog steeds verwende met liefdesmaaltijden, dan zouden ze
zich hun zonde niet realiseren en erin door blijven gaan. Laat een vader
een dwalend kind verwennen met al het gewoonlijke vertoon van zijn liefde;
laat hem de stok wegzetten, laat hem nooit een hard woord gebruiken, maar
het zondigende kind behandelen met dezelfde liefde als iemand anders die
plichtsgetrouw en gehoorzaam is, hoe kan er dan worden verwacht dat het
kind ooit zijn fouten zal loslaten? Als Christus dezelfde liefde, dezelfde
vreugde zal geven aan iemand die in zonde leeft als aan iemand die
plichtsgetrouw is, dan zal Zijn volk nauwelijks hun zonden erkennen en ze
zouden erin doorgaan. Maar net zoals de Here er een behagen in heeft om
pijn tot de verklikker van ziekte te maken, zodat hoofdpijn een aanduiding
wordt van iets wat verkeerd is in het lichaam, zo laat Hij de afwezigheid
van Zijn eigen gemeenschap de verklikker worden, waardoor we mogen weten
dat er iets in onze ziel is dat Hem vijandig is, iets dat verdreven moet
worden, voordat de Heilige Duif zal komen op vleugels van troost om in ons
hart te wonen. “Kunnen twee samen wandelen, zonder dat ze het eens
geworden zijn?” Nee, dat is onmogelijk.
III.
Nu, ten derde, ik wil alle christenen aansporen DEZE OVEREENSTEMMING MET
CHRISTUS TE ZOEKEN.
Geliefde broeders
en zusters, opdat u het eens mag worden met Christus, moet ik u er in de
eerste plaats aan herinneren dat de
voortdurende inwoning van de Heilige Geest in u moet zijn. Tenzij
dezelfde Geest, Die in Christus woont, ook in u zal wonen, kan uw
overeenstemming nooit zo’n hoogte bereiken dat het enige diepgang
toelaat of in de buurt komt van eenheid. Zorg er voortdurend voor de
zalving van omhoog te zoeken, de inwoning van de Heilige Israëls. In de
mate waarmee uw hart begiftigd is door de Goddelijke invloed en gedoopt is
door het heilige vuur van de Geest, in die mate zal uw ziel in
overeenstemming zijn met Christus en uw eenheid zal waarachtig zijn, innig
en blijvend. Zorg daarvoor.
En dan
vervolgens, terwijl u onder die Goddelijke invloed staat, zie
goed naar al uw motieven. Probeer niet op de één of andere
manier eer voor uzelf te krijgen, of eer voor uw medemensen. Zorg ervoor
dat in alles wat u doet, u dit doet alleen met het oog gericht op de eer
van uw Meester, want tenzij uw oog eerlijk is, zal uw hele lichaam vol
duisternis zijn. Als u het zonlicht van het gelaat van uw Meester wilt
verkrijgen, dan moet u Zijn heerlijkheid zoeken en Zijn heerlijkheid
alleen.
En
dan, wanneer u eenheid met Christus wilt hebben, zorg er dan vervolgens
voor, dat u alles doet in afhankelijkheid van Hem, want als,
in de aangelegenheden van uw ziel, u zelf een zaak begint, dan zal
Christus in vijandschap met u zijn. Probeer niet alleen uw oog op Hem te
richten voor leiding, maar ook voor ondersteuning; zie op Hem in uw
gebeden, in uw prediken, in uw luisteren en in alles, want zo zullen
Christus en uw ziel het eens zijn en zult u omgang met Hem hebben.
En tenslotte, strek
u voortdurend uit naar meer heiligheid. Wees nooit tevreden met
wat u bent; probeer te groeien, probeer meer en meer als Christus te zijn;
en dan, wanneer dat verlangen naar heiligheid het sterkst is, zult u
hetzelfde verlangen hebben dat Christus heeft, want Zijn verlangen is het
dat u heilig zou zijn, zoals Hij heilig is en Zijn bevel is: “Wees dan
volmaakt, gelijk uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is.” Wanneer
uw verlangens de verlangens van Christus zijn, zal het mogelijk voor u
zijn om met Christus te wandelen, maar pas dan.
Ik verlang ernaar om een gemeente te hebben, die in
volledige overeenstemming is met de Here Jezus Christus, want dat zou een
gemeente zijn, die de poorten der hel niet zouden kunnen overwinnen. Als
een gemeente alleen maar gesticht wordt door een mens, dan zal die mens
sterven en de gemeente zal omkomen. Als een leer alleen maar geleerd wordt
door een mens en u ontvangt die op zijn gezag, dan zal zijn gezag weggaan
zoals alle aardse dingen dat moeten, maar als die leer uit God is, wee dan
hen die ertegen vechten, want ze zullen Hem nooit kunnen overwinnen! Wee
hem die zichzelf tegen deze steen werpt, want hij zal in stukken gebroken
worden; of als die op hem gerold wordt, zal het hem vermalen tot poeder!
Laat ons weten dat een gemeente een Gemeente van God is in haar
leerstukken, in haar inzettingen, in haar gebed en lofprijs en we mogen
weten dat ze zal zijn als de steen waarvan we lezen in Daniël, “zonder
handen gehakt uit de berg”; niemand zal haar kunnen breken, maar ze zal
alle tegenstanders in stukken breken en ze zal de aarde vervullen.
Nu,
er zijn sommige vrienden, die op het punt staan met Christus in dit
doopbassin te gaan. Kunnen hier twee samen wandelen, tenzij ze het eens
geworden zijn? U kunt dit bassin ingaan, maar u kunt Christus niet met u
meenemen, tenzij u het met Hem eens geworden bent. Als u komt zonder
overeenstemming met Christus, dan zult u een vergissing begaan in uw
leven, of ga anders terug en wandel niet meer met Hem en neem aanstoot aan
Hem. Bedenk, broeders en zusters, tenzij uw beide harten het met elkaar
eens geworden zijn, tenzij Christus en uw hart één gemaakt zijn, zult u
weldra ruzie krijgen. Christus zal niet lang de vrede met u bewaren en ook
zult u niet lang in vrede zijn met Christus. Uw belijdenis zal
uiteindelijk van korte duur zijn, tenzij het een echte en werkelijke
belijdenis is, de uitdrukking van het innerlijke hart. Ik bid dat uw
belijdenis vanavond oprecht mag zijn en dat u tot de wereld mag getuigen
van een echte, reddende en volledige overeenstemming met uw Here en
Meester; als iemand van u het niet eens geworden is met Christus, dan
vraag ik u dringend, ofschoon u al zover gekomen bent, om niet verder te
gaan. Ga niet in dit bassin, tenzij u het grondig eens bent met Christus.
Ik doe een dringend beroep op u, in de naam van de levende God, omdat u
tenslotte voor Zijn rechtbank zult staan: Wees geen huichelaar. Wees
oprecht, want als u uzelf niet geheel aan Christus geeft, dan doet u als
degenen, die onwaardig tot de Tafel des Heren komen en die tot
veroordeling van hun eigen ziel eten en drinken, want hij die wordt
ondergedompeld in het doopbassin als een huichelaar, wordt ondergedompeld
tot z’n eigen verdoemenis. Maar o, u nederige volgelingen van Jezus, u
hebt voor ons getuigenis afgelegd van uw deelgenootschap in het geloof!
Wees nu niet bang om die voor de mensen te belijden en moge God al uw
namen tenslotte rekenen bij de volgelingen van het Lam, ter wille van Zijn
geliefde Zoon! Amen.
©
Copyright vertaling 2006 B. Kroeze, Doldersum.
Alle rechten voorbehouden. info@mannavoorpelgrims.nl
Zie voor copyrightregels: www.mannavoorpelgrims.nl
|