|
|
MENSEN DIE BEHEKST ZIJN.
Printversie: 
Een toespraak gehouden door C.H. Spurgeon.
“O, dwaze Galaten, wie heeft u behekst, dat gij de waarheid
niet zoudt gehoorzamen, u, wie Jezus Christus toch duidelijk voor ogen
gesteld is, gekruisigd in uw midden?”
Galaten 3 : 1 (King James Version)
Met
zeer groot enthousiasme ontvingen de Galaten het evangelie, toen Paulus
het hun predikte. Zij schijnen een hartelijk, maar wispelturig volk te
zijn geweest en Paulus merkte tot zijn groot verdriet, dat, terwijl hij
bij hen vandaan was, bepaalde valse leraren binnenkwamen en hen afkerig
maakten van het evangelie dat hij hun had gebracht. Hij sprak zich zeer
duidelijk uit over deze zaak. In dit vers gebruikt hij erg krachtige
bewoordingen, als hij tegen hen zegt: “O, dwaze Galaten, wie heeft u
behekst dat gij de waarheid niet zoudt gehoorzamen?” Ik weet niet of er
zo’n soort hekserij over iemand van u gekomen is, maar ik weet wel, dat,
aangezien wij mensen zijn, wij allemaal blootgesteld zijn aan dergelijke
gevaren en ik weet ook, dat op dit ogenblik er hekserij in de lucht zit,
zodat er overal in de kerken van dit land velen gevonden kunnen worden,
tot wie deze woorden terecht gesproken zouden kunnen worden.
We kunnen
alleen maar hopen te ontsnappen aan dit kwaad, wat Paulus zo streng
veroordeelt, door de juiste middelen ter waarschuwing te gebruiken. In
feite is het alleen wanneer de Heilige Geest ons beschermt, dat wij voor
de aantrekkingskracht van de dwaling behoed zullen worden en onze trouw
aan het grote, oude evangelie van de gezegende God bewaard zal blijven.
Deze keer zal ik in de eerste plaats erg kort spreken over het
subtiele gevaar dat hier wordt aangeduid: “Wie heeft u
behekst?” Ten tweede zal ik wat langer spreken over het
gezegende beschermmiddel: er is geen andere manier om voor deze
hekserij bewaard te blijven dan dat Christus Jezus in ons midden heel
duidelijk als gekruisigd zijnde wordt bekendgemaakt. En ten derde, een
paar woorden ter afsluiting over het toppunt van dwaasheid
van een ieder, die, nadat hij dit Goddelijke beschermingsmiddel heeft
geprobeerd, toch behekst wordt door dwaling.
I. Ten eerste dan, laten we nadenken over het subtiele gevaar, dat altijd rondom ons is.
Het was
zwaar werk om in het begin het evangelie te prediken temidden van de
heidenen. Mensen moesten hun leven ervoor afleggen om het te doen. Ze
moesten nieuwe dingen voorleggen, die de heidense geest niet zonder
aarzeling accepteerde. Maar door de kracht van de Geest van God werden er
bekeerlingen gemaakt en
gemeenten gevormd. Nu kwam er een volgende moeilijkheid.
Zelfs zij die bekeerd waren, of dat leken te zijn, werden
plotseling als het ware behekst door één of ander soort dwaling, net
zoals in gezinnen kinderen plotseling ziek worden met bepaalde klachten
die bij de kinderjaren lijken te horen. Als ouders nooit eerder van zulke
dingen hadden gehoord, zouden ze verbaasd zijn geweest. Ze zouden
veronderstellen dat ze hun kinderen moesten verliezen, wanneer zulke
onverklaarbare ziekten plotseling bij hen verschenen, en toch overleven
zij het. In het gezin van Christus breken er zo nu en dan bepaalde
epidemieën uit. We kunnen niet zeggen waarom ze juist dan komen.
Misschien zijn we in het begin onzeker en onthutst, als we ons bedenken,
dat er überhaupt zulke ziekten komen; maar komen doen ze wel, en dus is
het goed om daarvoor op onze hoede te zijn. Paulus noemt het “behekst
worden”, omdat deze mensen in een vreemde dwaling terechtkwamen, een
dwaling waarvoor geen bewijs kon worden aangevoerd, een dwaling die
verbazingwekkend en alarmerend was. Hij lijkt te zeggen: “Ik kan er geen
hoogte van krijgen; ik kan niet begrijpen hoe u zo misleid werd.”
In de dagen van Paulus was de dwaling over het algemeen die van het
Judaïsme. Ze wilden terugkeren naar de besnijdenis en naar de oude offers
van de wet. Paulus was hierover behoorlijk verontwaardigd. “Ik
getuig”, zei hij, “ tot een ieder van u dat, als hij zich laat
besnijden, hij schuldig is om de gehele wet te houden en hij buiten de
genade is gekomen. Als u terugkeert naar de oude, armoedige beginselen van
het Judaïsme, dan verlaat u Christus en verwerpt u Christus en brengt u
uw ziel in gevaar.” Hij verklaart, dat hij niet kon begrijpen hoe ze dat
wensten te doen. Hij noemt het hekserij, want in zijn tijd werd er
geloofd, dat mensen elkaar konden beïnvloeden met een boos oog en zo
kwaad konden aanrichten bij hun medemensen. Zoiets leek het Paulus te zijn
- alsof de duivel zelf erbij
betrokken was en dat hij gekomen was en de mensen van Christus had
afgewend om terug te keren naar het vertrouwen op de wet en de verouderde
ceremoniën ervan.
Het
duurde niet lang of Paulus vond nog een ander soort dwaling in de
gemeente. Er kwamen te midden van de onaanzienlijke gelovigen bepaalde
mensen met een hoge opleiding, die zichzelf heel erg intelligent vonden
– mensen die iets afwisten van Socrates en Plato; zij zeiden: “Deze
leerstukken zijn te eenvoudig. De arme mensen begrijpen het en zij komen
in de gemeente, maar ongetwijfeld hebben deze leerstukken een diepere
betekenis, die alleen bedoeld is voor de ingewijden.” Dus begonnen ze
alles te vergeestelijken en bij dat proces moffelden ze het evangelie zelf
weg. Paulus kon het niet verdragen. Hij zei dat, als hij of een engel uit
de hemel een ander evangelie predikte dan hetgeen hij had gepredikt, dit
een vervloekte daad zou zijn. Of het nu het Judaïsme was of de Gnostiek,
hij bestrafte het heftig en zei tot degenen die erin verzeild raakten:
“Wie heeft u behekst?”
U,
die de kerkgeschiedenis bestudeert, weet, dat in latere eeuwen de gemeente
verviel tot Arianisme.
Er waren grote discussies over de Goddelijkheid van Christus en lange tijd
zat de lucht vol met die dodelijke pest. Toen die strijd voorbij was en
mensen zoals Athanasius de kwestie rond de Godheid van onze Verlosser
hadden opgelost, kwam al het bijgeloof van Rome, die vreselijke
middernacht, zwart van duistere wolken, die de gemeente eeuwenlang bedekten. Inderdaad, als we terugkijken in de
geschiedenis, dan lijkt het hekserij, dat mensen die het evangelie in hun
midden hadden horen prediken in al zijn heerlijke eenvoud, na dit alles
hun verstand zouden overgeven aan zulke lage leugens als die van het oude
Rome en zich ter aarde zouden werpen op de heidense manier voor beelden
van hout en steen, precies zoals hun heidense voorouders dat hadden
gedaan.
Op het
huidige ogenblik verbazen zich sommigen van ons hoe de kerken opnieuw
behekst zijn. Ik herinner me, dat, toen ik een jongen was, ik meneer Jay
hoorde zeggen: “Het Puseyisme
is een leugen!” Ik herinner me die woorden, die precies zo van zijn
eerbiedwaardige lippen kwamen, en iedereen, of bijna iedereen, dacht net
als hij. Het was een opzienbarende gebeurtenis, wanneer er een
hoogkerkelijk of ritualistisch gebedshuis werd gesticht. Iedereen was er
verbaasd over en als u zei: “Dit is de Anglicaanse Kerk en dit is
overeenkomstig haar gebedenboek”, dan zei iedereen dat u liefdeloos was
en dat het niet zo was. Ze hadden medelijden met onze angst en ze zeiden
dat er een dozijn mensen naar Rome ging en dat was alles. Kijkt u nu eens,
heren, deze dingen worden openlijk gedaan. De kerken van onze gemeenten
worden veelal veranderd in huizen waar de mis wordt bediend en in veel
gemeenten kan de Anglicaanse Kerk nauwelijks onderscheiden worden van de
Kerk van Rome en toch is niemand verbaasd; wanneer wij er een opmerking
over maken, dan worden we afgeschilderd als bekrompen. Wie heeft dit
Protestantse land behekst? Terwijl
men op Smithfield nog maar nauwelijks de as van haar martelaren heeft
weggeveegd, hebben ze opnieuw het crucifix opgericht! Wat zou Oliver
Cromwell zeggen als hij en zijn Ironsides(soldaten) terug zouden komen om
te zien wat ze van dit land maken? Ik weet dat hij wat krachtige dingen
zou zeggen en aangezien ik niet zo’n gespierde taal kan bezigen, als hij
zou hebben uitgesproken, laat ik het onderwerp rusten met woorden die
geleend zijn van Paulus en die heel goed passen bij de situatie: “O
dwaze Engelsen, wie heeft u behekst dat u zo afdwaalt?”
Dit is nog
niet alles. U ziet deze hekserij op een andere manier onder onze
afgescheiden gemeenten. In een tijd, die nog niet vergeten is, slopen stap
voor stap het Unitarisme
en het Socinianisme
de Non-conformistische
gemeenten binnen en de preekstoelen verloren hun getuigenis voor Christus.
De huizen van samenkomst werden verlaten en de echte godsdienst leek in
dit land op sterven na dood. Toen kwamen Whitefield en Wesley en heel hun
menigte Methodisten, en de gezegende vlam die bijna gedoofd was, brandde
opnieuw, en wij van deze generatie hebben tegen elkaar gezegd: “Dat
experiment zal nooit worden herhaald: de Non-conformistische gemeenten
zullen nooit weer in die richting gaan: zij weten beter. Zij zien het
slechte effect van dit moderne onderwijs en ze zullen nu trouw blijven aan
het grootse, oude evangelie.” Dat droomde ik, maar op die manier droom
ik niet langer, want ik kan nauwelijks ergens heen kijken, of ik zie het
evangelie van Christus verwaterd, de melk van het Woord vervalst en het
grote evangelie zoals Luther en Calvijn het uitgedonderd zouden hebben,
wordt nog maar tamelijk zelden gehoord. O dwaze Non-conformisten, wie
heeft u behekst dat u niet langer de waarheid zou gehoorzamen, maar zou
zoeken naar deze nieuwigheid en de volgende - deze spitsvondigheid en de
volgende, en dat u uw God en Heiland zou loslaten? Wat ons betreft, indien
wij alleen staan, God verhoede dat wij zouden roemen in iets anders dan in
het kruis van onze Here Jezus Christus.
Dit is het
gevaar.
II. Ons tweede punt is het
enige beschermmiddel. De
apostel zegt dat de Galaten Christus duidelijk voor ogen gesteld hadden
gekregen, gekruisigd in hun midden.
Wel dan,
als u goed en gezond in het geloof bewaard wilt worden, dan is het eerste
wat moet gebeuren, dat u het juiste onderwerp geprent krijgt in het
centrum van uw hart: Jezus Christus gekruisigd. Paulus zegt dat hij dat
predikte. Hij maakte Jezus bekend. Wat hij verder misschien niet duidelijk
gemaakt had, hij maakte wel de Persoon en het werk van Jezus Christus
bekend. Geliefden, leg dit vast in uw ziel, dat uw enige hoop en het
hoofdonderwerp van uw overdenking altijd Jezus Christus moet zijn. Wat ik
verder ook misschien niet moge weten, o, mijn Here, help mij U te kennen.
Wat ik verder misschien ook niet moge geloven, stel mij in staat U te
geloven en U te vertrouwen en elk woord van U te nemen als inderdaad de
waarheid van God. Geliefden, weg met de godsdienst die maar weinig van
Christus in zich heeft. Christus moet de Alfa en de Omega zijn, de Eerste
en de Laatste. De godsdienst die is samengesteld uit onze handelingen en
onze gevoelens en ons willen is een leugen. Onze godsdienst moet Christus
als het Fundament hebben, Christus als de Hoeksteen en Christus als de
Gevelsteen; als we niet gebaseerd, gefundeerd, gegrond en gevestigd zijn
op Hem, is onze godsdienst ijdel. Paulus verbaast zich, dat sommigen, voor
wie Christus het belangrijkste is geweest, ooit behekst zouden kunnen
worden; ik denk dat, als Christus werkelijk zo Iemand voor uw ziel is, u
zich niet zult afwenden door dwaling, maar dat de gekruisigde Christus u
zal vasthouden.
Maar Paulus
zegt niet alleen dat hij hen Christus had gepredikt, maar dat hij Hem voor
ogen had gesteld, waaruit ik begrijp, dat hij zich moeite had getroost om
hen alles over Christus duidelijk te maken. Hij had Zijn Persoon als mens
en God gepredikt. Hij had over Zijn werk gepredikt als het verzoenende
offer. Hij had Hem gepredikt als de Opgestane, Die pleit voor de troon van
God. Hij had Hem gepredikt als onze Plaatsvervanger. Hij had dit de
voornaamste leer gemaakt – dat, als wij gered worden, wij gered worden
door de gerechtigheid van Christus en onze zonden worden weggedaan, omdat
Christus die in onze plaats droeg en de straf onderging, die daarvoor
verschuldigd was, opdat zo aan de gerechtigheid van God voldaan zou worden
en wij gered zouden worden. Dat is wat hij bedoelt met Christus en Die
gekruisigd. Hij was op dit punt in detail getreden en had de glorievolle
leerstukken bekendgemaakt, die zich groeperen rond het kruis. Broeders,
als u bewaard wilt blijven voor de moderne hekserijen, denk dan veel aan
Christus en ga tot in de details over Hem. Heb grondige kennis van Zijn
Goddelijke Persoon. Wees goed op de hoogte van Zijn relaties en Zijn
ambten: weet, Wie Hij is in het verbond der genade, Wie Hij is voor de
Vader, Wie Hij is voor u. O, tracht Hem te kennen! Hij gaat nog altijd de
kennis te boven, maar wees
studenten van Christus. Heb niet alleen maar oppervlakkige kennis van Hem,
maar tracht Christus te kennen en in Hem bevonden te worden. Dit zal u
vrijhouden van dwaling.
Wanneer de
apostel zegt, dat hij Christus voor ogen stelde, dan bedoelt hij
vervolgens, dat hij dit met grote duidelijkheid had gedaan. Het Griekse
woord heeft te maken met een programma of een proclamatie; het wil zoveel
zeggen als: “Ik heb u Christus zo duidelijk voor ogen gesteld, alsof ik
het op een groot aanplakbiljet had gedrukt en voor uw ogen had opgeplakt.
Ik heb de letters er met hoofdletters op gezet. Zoals een koning, wanneer
hij een aankondiging doet, het op de muren bevestigt en er de aandacht
voor vraagt, “zo”, zegt Paulus, “heb ik u Christus voor ogen
gesteld. Ik heb niet op een mystieke wijze over Hem gesproken, zodat u
niet wist wat ik bedoelde, maar ik heb Hem u voor ogen gesteld. Ik heb van
Hem gezegd, dat Hij leed in onze plaats en dat Hij voor ons tot een vloek
werd gemaakt, zoals er geschreven staat: ‘Vervloekt is een ieder, die
aan het hout hangt’”.
Paulus
stelde hen Christus duidelijk voor ogen. Nu, u kent de manier, waarop
Jezus Christus door sommigen wordt gepredikt. Het werd goed beschreven
door de oude Dr. Duncan, toen hij zei: “Zij prediken dat op de één of
andere manier de dood van Christus op de één andere manier een bepaald
soort verband had met de redding van mensen.” Ja, dat is het –
nevelig, bewolkt, mistig - een fles rook. Wij prediken Christus niet op
die manier, maar wij zeggen gewoon dit: “De Here heeft ons aller
ongerechtigheid op Hem doen neerkomen”, en omdat Hij verdrukt en
beproefd werd in de plaats van de schuldigen, daarom schenkt God de
gelovigen zeer overvloedig vergeving van zonde en draagt Hij hen op heen
te gaan. Plaatsvervanging – mogen wij hierbij nooit stamelen - Christus
in de plaats van de zondaar.
Geliefden,
als u grip op die waarheid zult krijgen en die goed zult laten doorwerken
in uw ziel, dan zult u meer dan opgewassen zijn tegen het ritualisme of
het rationalisme van deze tijd. Die leer opgeven? De mens die haar één
keer gedronken heeft en de aangename smaak ervan kent, kan haar niet
opgeven, want hij gaat ervaren, dat, als hij haar eenmaal heeft geloofd,
zij in hem werkt als een detector, waardoor hij ontdekt, wat valse leer is
en zij geeft hem een smaak, die valse leer walgelijk voor hem maakt, zodat
hij roept: “Weg ermee.” Als
hij te maken krijgt met iets, wat hier tegenin gaat, dan zegt hij niet
timide: “Iedereen heeft recht op zijn mening”,
maar hij zegt: “Ja, zij mogen recht hebben op hun mening en dat
heb ik op de mijne en mijn mening is, dat elke mening, die iets afdoet van
het eeuwige heil van het plaatsvervangende offer van Christus, een
verachtelijke mening is.” Ontvang de echte verzoening van Christus
grondig in uw ziel en u zult
niet worden behekst.
Dit is nog niet
alles. Paulus zegt dat Christus zichtbaar gekruisigd in hun midden werd
voorgesteld. Hebt u Christus ooit op deze manier gezien? Ik vraag niet of
u ooit een visioen zag. Wie zou dat wensen? Ik vraag niet of uw fantasie ooit
zo opgepept werd, dat u dacht dat u de Heiland zag. Dat
zou geen bijzonder nut hebben, want duizenden zagen Hem daadwerkelijk aan
het kruis en ze staken hun tong uit tegen Hem en kwamen om in hun zonden.
Maar laat mij u zeggen dat het één van de meest versterkende dingen voor
ons geloofsleven is om door het geloof te gaan ervaren, alsof wij
inderdaad de Heiland aanschouwden. Wij verwachten niet Hem te zien,
totdat Hij komt, maar toch, wanneer we alleen waren in onze binnenkamer,
hebben we ons evenveel Zijn tegenwoordigheid gerealiseerd zonder het
gebruik van onze ogen, als wanneer we Hem letterlijk hadden gezien. Hij is
zeker waarneembaar gekruisigd voor ons, want daar gaat het om.
Hij zegt dat hij hen Christus voor ogen had gesteld met zo´n
levendigheid, hij had zo grondig met woorden geschilderd, hij had zo
duidelijk en zo eenvoudig gesproken, dat zij leken te zeggen: “Wij zien
het: Christus in onze plaats, Christus, bloedend voor onze zonden.”
Zij leken Hem te zien, alsof Hij voor hen in hun midden was. Mijn
geliefde vrienden, zeg niet: “Christus stierf op Golgotha. Dat is
duizenden mijlen ver weg.” Ik weet dat Hij dat deed, maar wat maakt het
uit, waar Hij stierf wat betreft de plaats? Hij had u lief en gaf Zichzelf
voor u. Laat Hem voor u zijn, alsof Hij werd gekruisigd op Newington Butts
en alsof Zijn kruis hier in het midden van deze Tabernakel was. “O, maar
Hij stierf 1900 (2000) jaar geleden.” Ik weet dat Hij dat deed, maar de
werkzaamheid van Zijn dood is een zaak van vandaag. “Hij stierf eenmaal
voor de zonden” en dat “eenmaal” doet de grootsheid van die
werkzaamheid door al de eeuwen heen stromen, en de zaak voor u om te doen
is te ervaren, alsof u Hem nu zag sterven, nu
aan het hout, terwijl u dichtbij aan de voet van het kruis staat en omhoog
ziet en u Hem naar beneden ziet kijken vanaf het kruis en Hem hoort
zeggen: “Ik deed dit alles voor u.” Kunt u de Here niet vragen dit
voor u zo levendig te maken? Ik wil, terwijl ik op deze grote mensenmassa
zie, u allen vergeten en Jezus hier zien staan met de afdruk van de
nagels. O, als ik Hem kon zien, hoe nederig zou ik mij dan aan Zijn voeten
werpen! Met welk een liefde zou ik Hem omarmen! Met welk een eerbied zou
ik Hem aanbidden! Maar, mijn Meester, ik ben zo zeker van het feit, dat U
in mijn plaats stierf en dat mijn zonden op U werden gelegd, dat ik nu nog
zie, hoe U al mijn schulden kwijtscheldt en heel mijn vloek draagt.
Ofschoon U naar de heerlijkheid bent gegaan, realiseer ik mij toch
levendig, dat U hier was. Dit is een feit voor mij geworden.
Steeds
wanneer u in een gezelschap komt, waar zij over de leerstukken van de
genade praten en daar hun neus voor ophalen en steeds wanneer u in een
ander soort gezelschap komt waar ze zeggen: “Weg met uw eenvoudige
aanbidding van God! U moet priesters hebben en wierook en altaren en dat
alles”: argumenteer dan niet
met hen. Ga in de eenzaamheid en vraag om Jezus Christus weer opnieuw te
zien. Zie of er iets van die paapse opsmuk bij Hem is. Zie of er iets van
deze filosofie, ten onrechte zo genoemd, bij Hem is. U zult besluiten,
zodra u Hem hebt gezien, dat u alle andere dingen ijdelheid en leugens
zult noemen en u zult Zijn evangelie op uw hart binden. Het kruis is de
school van de orthodoxie. Span u in daar te blijven. Terwijl ik alleen was
op het vasteland heb ik op mijn stille momenten mij de tegenwoordigheid
van mijn Meester beseft en toen heb ik gewenst dat ik de vleugels van een
duif zou kunnen lenen, zodat ik daar en toen zou kunnen opstaan en tot u zou kunnen spreken. Ik ben erg ziek geweest, vol pijn en
neerslachtig van geest en ik heb mezelf geoordeeld als zijnde de meest
onwaardige van alle mensen en ik oordeelde terecht zo. Ik hou nog steeds
aan dat oordeel vast. Ik voelde mezelf alleen maar waardig om afgeschud te
worden als stof van de voeten van mijn Here en voor altijd in de bodemloze
put geworpen te worden. Het was toen, dat mijn Plaatsvervanger mijn hoop
was en ik in mijn eenzame kamer in Mentone mij vastklemde aan Zijn
geliefde mantel; ik zag op Zijn wonden; ik vertrouwde mijzelf opnieuw aan
Hem toe en ik weet, dat ik een gered mens ben. Ik zeg u dat er geen
redding is in iemand anders dan alleen in Jezus. U zult niet worden
weggevoerd naar een andere leer als u voortdurend terugkeert naar deze
waarheid. Sommige mensen hebben een flinke afranseling met beproeving
nodig om hen er toe te brengen Christus lief te hebben, en sommige oude
belijders hebben soms een aanraking van armoede nodig, of een beetje
beproeving, of een reumatiekaanval om hen tot bezinning te brengen; dan
zouden ze beginnen te roepen om wezenlijke dingen en zouden ze alle
grillen en hersenschimmen kwijtraken. Wanneer het aankomt op de directe
handelingen tussen God en uw ziel en de dood u in het gezicht staart, dan
zal niets u baten dan slechts een gekruisigde Verlosser, en geen
vertrouwen zal baten dan slechts het kinderlijke vertrouwen van een
zondaar op het volbrachte werk van Hem, Die in onze plaats leed. Ik spreek
met kracht, maar ik voel mij duizend keer krachtiger dan ik kan spreken.
III.
Het laatste punt is HET TOPPUNT VAN DWAASHEID van diegenen die Jezus voor
iets anders in de steek zouden laten. Veronderstel, dat een bepaald mens
ooit eenvoudig op Christus vertrouwd had en zich de dood van Christus
gerealiseerd had en in werkelijk contact was gekomen met de stervende,
bloedende Meester en veronderstel, dat hij daarna zijn vertrouwen begon te
stellen op priesters en sacramenten; of veronderstel, dat hij daarna zijn
mooie gladde geitenleren handschoenen aantrok en filosoof werd, wat zou
hij zijn? Nu, vertel het aan niemand, zo vraag ik u. Hou het voor u. De
apostel Paulus imiteerde niet de manieren van een heer, maar hij sprak
inderdaad erg openhartig. Vertel het niet aan uw geleerde buren, dat ik
het heb gezegd, omdat ìk het niet zei: het is Paulus, die het zei: hij
zegt dat een mens, die dat zou doen, zou zijn: EEN DWAAS. “O, dwaze
Galaten!” Wat wilt u hiermee zeggen, Paulus? Ze hebben hun kerkdienst
verfraaid; u kunt daar toch geen bezwaar tegen maken. Weet u niet Paulus,
dat de oude Joodse priester gewoon was een prachtige borstplaat te dragen,
geborduurd met juwelen en dat hij een efod had, die versierd was met
bellen en granaatappels. Ongetwijfeld behoren we in de aanbidding van God
de dingen gepast en op de juiste manier te doen! En met dit als argument
hebben deze Galaten zich buitensporig uitgedost. “Het zijn dwaze
Galaten!”, zegt hij. Toch wel erg ongemanierd van hem, let wel, erg
ongemanierd van hem! Ik zal niet proberen hem te verontschuldigen, want ik
onderschrijf volledig zijn oordeel.
Maar hier is een meneer, die Plato heeft gelezen en na het
lezen van Plato heeft hij de woorden van Jezus Christus gelezen en hij
zegt, dat zij niet betekenen, wat het gewone volk vindt, dat zij
betekenen, maar dat er een zeer mysterieuze filosofische betekenis in
verborgen ligt. Bijvoorbeeld, wanneer Jezus Christus zegt: “Dezen zullen
heengaan naar de eeuwige straf”, dan betekent dat helemaal niet wat de
woorden zeggen. Het betekent, dat zij uiteindelijk in ere hersteld zullen
worden. Nu Paulus, deze meneer is filosoof; wat zegt u van hem? Hij zegt:
“Hij is dwaas!” Dat is alles wat hij zegt en alles wat hij hoeft
zeggen, want geleerde dwaasheid is dwaasheid ten top. “O dwaze Galaten!
Wie heeft u behekst?”
Waarom
vinden we deze mensen dwaas? Omdat wij zelf dwaas waren, als wij hetzelfde zouden doen. Een
heleboel jaren geleden, toen ik ongeveer 15 of 16 jaar oud was, had ik een
Redder nodig en ik hoorde het evangelie prediken door een arme man, die in
de naam van Jezus zei: “Zie op Mij en wordt behouden, alle einden der
aarde.” Het was erg eenvoudig Engels; ik begreep het, gehoorzaamde het
en vond rust. Ik dank al mijn geluk sinds die tijd aan dezelfde eenvoudige
leer. Nu, veronderstel dat ik zei: “Ik heb een heleboel boeken gelezen
en er zijn een heleboel mensen bereid mij te horen. Ik zou werkelijk niet
zo’n alledaags evangelie kunnen prediken als ik in het begin deed. Ik
moet het op een intellectualistische manier doen, zodat niemand dan de
elite mij kan begrijpen.” Ik
zou zijn - wat zou ik zijn? Ik zou een dwaas zijn, met grote letters
geschreven. Ik zou erger zijn dan dat; ik zou een verrader zijn voor mijn
God, want als ik gered werd door een eenvoudig evangelie, dan ben ik
verplicht datzelfde eenvoudige evangelie te prediken totdat ik sterf,
zodat ook anderen daardoor gered mogen worden. Wanneer ik ophoud de
redding door het geloof in Jezus te prediken, stop mij dan in een
krankzinnigengesticht, want u kunt er zeker van zijn, dat ik mijn verstand
ben kwijtgeraakt.
Er zijn
honderden van u, die zich volkomen gelukkig voelen in Christus. U gelooft
dat al uw zonden zijn weggewassen, dat u gerechtvaardigd bent door de
gerechtigheid van Christus en aanvaard in de Geliefde. Nu, veronderstel
dat u dat opgeeft en zegt: “In plaats van te geloven dat Christus
eenmaal stierf en verzoening tot stand bracht, ga ik geloven in het
voortdurende offer wat gebracht wordt door een menselijk wezen tijdens de
mis”, dan zult u erg dwaas zijn. Veronderstel dat in plaats van te
vertrouwen op Jezus Christus voor een volkomen vergeving en
rechtvaardigmaking, zodat u weet dat er geen veroordeling voor u is, omdat
u in Christus Jezus bent, dat u terugkeert naar de werken en zegt: “Ik
ga mijn eigen redding bewerken door mijn eigen goede werken”; u zult in
de ergste mate dwaas zijn en u zult spoedig dat feit ontdekken door de
ellende, die over uw geest zal komen.
Kijk
nog een keer. Toen u het dichtst bij Christus leefde en het meest op Hem
vertrouwde, hebt u toen niet het meeste verlangen naar heiligheid ervaren?
Nu, vertel me, als u de moderne visies hebt uitgeprobeerd, in wat voor
geestestoestand bent u geweest met betrekking tot uw dagelijkse wandel? Ik
zal het u vertellen. U kon met deze moderne denkbeelden regelmatig de
schouwburg bezoeken en de muziekhal en u helemaal op uw gemak voelen, maar
u weet dat, wanneer u Christus hebt gezien, u zoiets niet kunt doen. U
wordt geheiligd door Zijn tegenwoordigheid. U ervaart een sterk verlangen
naar volkomen reinheid. U voelt afschuw en vrees voor zonde.
U wandelt gevoelig en behoedzaam en u wordt terneergebogen door een
angstig gevoel bij de gedachte aan uw onvolmaaktheden. Oordeel dan, wat de
juiste leer moet zijn. Datgene wat u het meest heiligt, moet zeker waar
zijn; indien u zich afwendt van uw Here, Wiens tegenwoordigheid heiligheid
inboezemt, en met Wie het contact zeker heiligheid brengt, dan zult u een
dwaas zijn en wij zullen moeten zeggen: “O, dwaze Galaten, wie heeft u
behekst?”
Tijdens de
samenkomsten die we hier de laatste tijd hebben gehad, hebben mijn
geliefde broeders Fullerton en Smith het evangelie gepredikt, ronduit
zonder omwegen het evangelie van Jezus Christus, en tijdens een samenkomst
die later gehouden werd, waren er tientallen personen, die opstonden om te
vertellen wat die bediening door God de Heilige Geest voor hun ziel had
gedaan. Er waren dieven bekeerd, dronkaards bekeerd, hoeren bekeerd, grote
zondaren bekeerd. Welnu, veronderstel dat uiteindelijk sommigen van u,
dames en heren, zouden zeggen: “We zien wat het evangelie kan doen, maar
we gaan iets anders proberen”, dan zult u dwazen zijn. Ik ben altijd
bereid om een nieuw apparaat te proberen: wanneer we er zeker van zijn,
zullen we één dezer dagen het elektrische licht uitproberen in plaats
van gas; maar veronderstel dat het allemaal zou uitgaan en ons in het
donker zou laten zitten! Ik zal wachten, totdat de uitvinding getest is.
Zo kan het gebeuren met de nieuwe godsdienstige lichten, waar mensen mee
op de proppen komen, welke zijn als flauwe nachtkaarsen, vergeleken met de
schitterende zon van de evangeliewaarheid. We gaan niet iets nieuws
proberen, waarbij onze ziel gevaar loopt. We gaan ons aan het oude, oude
evangelie vasthouden, totdat het versleten is. Wanneer het versleten raakt
en het niet meer zal redden, niet meer zal troosten en ons niet meer naar
God toe zal trekken, dan zal de tijd voor ons gekomen zijn om aan iets
nieuws te denken. Maar aangezien dat nog niet gebeurd is, neem ik de
vrijheid om te zeggen dat ik nog een volgende spijker in mijn oude vaandel
zal slaan en die opnieuw zal vastmaken aan de oude mast. Wat ik deze 26
jaar in uw midden heb gepredikt, zal ik opnieuw prediken, want ik ben
vastbesloten niets onder mensen te weten dan slechts Christus en Die
gekruisigd; moge noch de prediker, noch sommigen van zijn toehoorders een
dwaas worden door behekst te worden, zodat ze het glorierijke evangelie
van Jezus Christus opgeven. O, dat u allen de kracht ervan kende en allen
erdoor werd gered. God geve, dat u gered mag worden, om Jezus wil. Amen.
|